Laatste dag
Als je de werkelijkheid, de hele schepping voorstelt als 1 wezen, hoe logisch is het dan om gul en vol mededogen te zijn. Hoe dom zou een hand zijn als die uit pure gierigheid de mond niet voeden wou… “Hee, luister ns!”
Ik schrik op uit mn retraitregemijmer. Bert is olijk. Heb je vaker met boeddhisten. We zitten op een vlonder hoog boven een woelige rivier op 3000 meter hoogte in ZuidFrankrijk. Het is koud. De herfst komt hier vroeg. Ook het jachtseizoen is al begonnen. Ik hoor knallen.
“Jij weet toch zoveel van Jezus?”, daagt Bert me uit.
Heb je even, denk ik.
“Hoe vreemd is het dat we tussen die kribbe en die uitgemolken laatste week niets meer van ‘s mans biografie vernomen hebben?”
“Hoho”, protesteer ik, in mn christelijke kuif gepikt.
“Vlak zn vroege puberteit niet uit. Hij zat als veertienjarige les te geven in de tempel en berispte zijn ouders.”
Dat moet Bert toegeven. Maar toch.
” Wat deed hij verder dan? Je kunt toch niet ontkennen dat de potentiele jaren van een leven toch wel zo’n beetje tussen ons 14e en 30e zitten.
Misschien was hij toen niet in de buurt voor de verslaggevers. Zat hij toch in India. Is dat niet het bewijs? Jezus heeft misschien wel les gehad in oosterse spiritualiteit..”
Die Bert. Wat een schrandere man toch met z’n mooie vragen. Ik weet het niet en loop in mn eentje de prachtige kerk in. Dit is m’n laatste dag hier. Ik wil moederziel alleen afscheid nemen van deze bewogen tijd hier.
Al heel wat keren heb ik hier de afgelopen weken in de kloostertuin van de kathedraal gezeten. En in de saladebar hiernaast trouwens. Waarbij het de vraag is of ik kwam voor de salades of voor de ober.
Die garçon brengt me namelijk een beetje van slag.
Nou ja, een beetje….
Heb ik ooit eerder in m’n leven een mens zo teder zien kijken?
En dan nog wel naar mij!
Helaas is mn frans te machteloos om hem dat te melden.
Zinnen als “Ober, wat doet die tederheid in uw ogen?” hoefde ik niet te leren vroeger.
Ik sta stil voor de pièta in de donkerste hoek van de kerk. Maria houdt haar dode zoon in haar armen. Wie kan daar tegenop? In deze duisternis laat ik mn tranen maar zo’n beetje gaan. Who cares? Mn rare meisjesfantasie mag op deze laatste dag ook ff gewoon ns haar gang gaan:
“Ach Jezus, waarom ben je niet wat ouder geworden? Een jaar of 70? 60 desnoods….Net als die ober van hiernaast. Dan kon je nu gewoon dit donker binnenglippen. Dan zou ik je tedere ogen naar me op zien lichten. Je zou me in je armen nemen.” Wat is dat verlangen onvermoed groot. Het waait maar zo door de kier van de zware kerkdeur naar binnen.
Maar ach, zo vreemd is dat misschien niet. In deze afgelopen twee retraiteweken is al mn afweer en weerstand me ontvallen. Als te harde schilletjes van een pistachenootje. Uur in uur uit hebben we ons hart getraind op waar het voor bedoeld is: voor liefdevolle vriendelijkheid, voor humor ( heb zulke goeie moppen gehoord!) , voor mededogen en de aspiratie om alles te offeren voor het welzijn van alle schepsels.
Ik besluit gewoon in het nederlands au revoir te gaan zeggen in de saladebar: “Lieve ober, moge jouw tederheid die ik nu ervaar een weldaad zijn voor iedereen.”
Tijd voor afscheid. Op naar Amsterdam, naar de herfst, naar iedereen..

