Leraar of leerling?
Hij heeft uren en uren gescheurd om vanaf zijn Franse vakantieplek op tijd bij de Nacht van de Theologie aan te kunnen komen. En dat is gelukt. De tafelschikking is zo dat ik naast hem mag zitten. Zijn stoere boswandelstappers heeft hij nog aan. Bij de ingang hebben ze hem op de gevoelige plaat vastgelegd. Al gauw blijkt hij derhalve ongewild mee te dingen naar de BestGekledeTheoloog-Award. Hij wint niet, want wordt vanwege zijn nog Franse vakantieoutfit onterecht aangezien voor een gereformeerde dominee. Hoe mis kan een juryplank geslagen worden? Hij is senior wetenschappelijk medewerker van het Sociaal Cultureel Planbureau. En sinds kort bijzonder hoogleraar ‘Nieuwe en vernieuwende vormen van christelijke gemeenschap in hun betekenis voor de Nederlandse samenleving’ aan de Protestantse Theologische Universiteit.
Kan ons het lekker schelen. Ik hang zo aan zijn lippen dat als we gemaand worden om van stoel te wisselen voor een volgende date, we eenvoudigweg maar blijven zitten. Het zal mij benieuwen of ik na het toetje ooit bij een van de workshops zal belanden. Toegegeven, het is bijzonder aangenaam om van iemand die zoveel gepubliceerd heeft lyrische complimenten te krijgen over eigen moppige schrijfsels. Een Nederlandse man die onomwonden gul is in zijn bewondering; de wonderen zijn de Hollandse theologiewereld nog niet uit. Maar ja, hij heeft nog wel zijn Franse stappers aan. Misschien zit ’t ‘m in die stoute schoenen. Of in zijn hond.
Is het om zijn hond dat ik ademloos blijf luisteren? Mijn tafelheer blijkt de eigenaar van een viervoeter te zijn die nog nooit van z’n hele heerlijke hondenleven welk bevel dan ook heeft opgevolgd. Hoe harder je Zit! Attack! Vang! Af! tegen hem roept, hoe grootogiger het dier je aan gaat kijken, en hoe belachelijker je jezelf ervaren zal. We hebben hier dus te maken met een heuse spirituele leraar op vier poten en met twee verwonderde reuzenspiegels in zijn hondenkop, waarin we ons eigen rood aangelopen gedrag, ons geschreeuw en geoordeel mogen aanschouwen. Een genadig wonder van een dier.
Nu wil alleen het geval dat daar in Frankrijk, tijdens een van die zalige wandelingen, de hond plots vanuit het niets werd aangevallen door een hert. Zou voor de HEERE iets te wonderlijk zijn?
Beide dieren rolden van de helling af, maar na de geschrokken inspectie bleek de val in ieder geval mee te vallen. Een hoop vallen voor 1 zin, maar alweer weinig onverkwikkelijke opwinding bij de hond. Mijn tafelheer vertelt me dit alles onschuldig, alsof hij nu in die grote ogen van zijn kennelijk verlichte viervoetervriend blikt. Die verwondering komt trouwens ook door zijn zangerige Zoetermeerse tongval, de stad waar hij nu woont. Maar de ervaring leert volgens hem dat hij ook in Limburg binnen de kortste keren het lokale dialect zou meezoemen. Net zoals hij tijdens zijn inauguratie in Kampen moest uitkijken voor het geruisloos overnemen van de daar in te slikken N. Slikkn.
Hond en baas lijken in hun overgave-in-plaats-van-voortdurend-in-verzet-zijn, sprekend op elkaar.
In het zich-verwonderen-in-plaats-van-zich-verbijten.
Hoe mooi! Maar zolang ik nog niet weet wie hier nu leraar en wie leerling is, kan ik niet van tafel.
Leraar of leerling: er gloort een nieuwe workshop in dit Midzomerse Nachtlicht.

