Meneer Luther
Vandaag is het de Dag van de Scheiding omdat op 15 september 1796 de eerste scheiding in Nederland werd uitgesproken.
Het is zo’n dag waarop ik zelfmedelijderig denk dat ik sinds ik alleen woon voor ieder klusje een betaald mannetje moet inhuren. Terwijl dat helemaal niet waar is, want toen ik samenwoonde was dat ook al zo. Ik ken werkelijk geen enkele man die handig is en die zegt: ‘Popje, na m’n werk komt ik lekker bij je langs. Hang ik die lampjes op, kijk ik naar dat rare gat boven de deur en check ik ff waar dat vocht in je achterkamertje vandaan komt. Doen ik voor je. Twee klontjes graag.’
Zo’n man ken ik in de verste verte niet.
Wat zou dat toch te betekenen hebben?
Wat kan ’t schelen. Mijn onhandige vriendenkring heeft me iets heel moois opgeleverd. Namelijk deskundigen met onvergetelijke eigenschappen. Twee jaar geleden had ik die timmerman over de vloer die zich vooral tegen mijn geestelijk leven aan bemoeide. Heel knus. Deed me denken aan die tv-serie van vroeger, waar de binnenhuisschilder gewoon nooit meer weg ging uit het huis van de tv-presentatette. Zo iemand ben ik.
Heb ik van mijn moeder. Zij heeft ook iets met professionele klusjesmannen. Ooit kregen wij winterschilder Vastenburg over de vloer. Mijn moeder zei ’s avonds tegen mijn vader:
‘Hoe onthoud ik nu in vredesnaam de naam van die man?’
Mijn vader: ‘Johanna, dat is toch niet zo moeilijk! Een vaste burcht is onze God! Van Luther!’
Johanna, de volgende morgen met kaar welkomkopjekoffie: ‘Dahag meneer Luther.’
Nu sta ik met koffie klaar voor mijn aannemer. Hij klopt aan, want ik heb geen bel. Misschien moet ik eens een leuke bellenmaker bellen.
Maar goed, de aannemer dus. Ik waarschuw hem. Niet lachen of proesten. Maar in dat waanzinnig kleine pieperige poppenhoekje waarboven mijn douchekop hangt, wil ik een bad.
Hij krabt uitgebreid achter z’n oor maar blijft keurig stil. Dan:
‘Waarom wil jij daar een bad?’
Omdat ik in bad wil, leukerd.
Hij krabt nog een keer, wrijft dan in z’n handen en zegt:
‘Jij je zin. Ik neem morgen een hoge cementemmer voor je mee. Kun je heerlijk in zitten. Beetje Hymalayazout erbij en klaar ben je. Zo, daar zijn we uit. Kunnen we nu koffie drinken.’
Aldus geschiedt natuurlijk.
Ik ben al tamelijk onder de indruk van deze creatieve oplossing voor slechts 20 euro –‘anders wordt ’t veel te duur en waarom zou je dat doen?’- maar de aannemer zet z’n koffie weg en begint een verhaal waar geestelijk leiders bij zouden verbleken en verstommen.
Hij vertelt over zijn beknellingen die hem en zijn dierbaren zo’n moeite hebben gekost. Hoe hij uit die gewoonten is gestapt. Wat hij nu dagelijks doet om zijn warme hart open te houden. Wat een vergeten levenskunst het is om jezelf echt te ontmoeten en ook de pijn die dat oplevert te verwelkomen.
Ik verslik me bijkans.
Ja, doe maar zo’n emmer.
Zet ik weer koffie voor je.
wow………..
wie goed doet goed ontmoet……….
en wij mogen meegenieten!
Met veel plezier volg ik al een tijdje jouw weblog en geniet van de manier van kijken en beschrijven van de dagelijkse dingen.een cadeautje!!
Graag wil ik aan je voorstellen, Simone de Jong, ook zij heeft een blog[ en website} en op de een of andere manier lijken jullie manier van kijken op elkaar, verrassend , beschouwend,ontroerend.
zie maar…
Kijk nou . . . groot gelijk – persoonlijke mededelingen moet je niet publiek maken. En vreemde mannen met nòg vreemdere mededelingen mail je natuurlijk niet terug. Iets wat ik mijn dochters, als ik ze zou hebben gehad, beslist zou hebben geleerd. Maar hier staat wèl mijn naam, terwijl bij mij alle cookies dagelijks worden gewist. Dat beschouw ik weliswaar als een antwoord en uitdaging tot méér van dat fraais. Maar één keer is genoeg.
Alleen dit: waarom nu plots dat stukje over alleen zijn? Over “onhandige” mannen die betaalde hulp noodzakelijk maken? Mijn hele werkzame leven deden mijn twee rechterhanden (raar gezicht trouwens) nl. precies wat allerlei egoïstische theoretici uit pure lamlendigheid nalieten: de reparaties bij hun verwaarloosde vriendinnen en afgedankte geliefden verrichten.
Gewoon omdat anders hun bloedjes van kinderen zouden zijn omgekomen door brand, kortsluiting of verstikking. En dat gun je zelfs de kinderen van zakkenvullers niet. Daarvoor heb ik nooit geld gevraagd, en evenmin in achterkamertjes gecheckt waar het vocht vandaan kwam. God zal ‘t me ook al niet lonen, want God ben ik zelf en zelfbevrediging is Hem een gruwel.
Wat mij intrigeert is: waarom net na mijn vorige sympathieke ontboezeming juist DIT stukje geschreven? Kennen wij elkaar? Wordt mijn naam nog steeds genoemd in Hilversum? Ah, ik weet het al: gewoon toeval natuurlijk. Niet op reageren dus.