Nabijheid
Drempelvrees overkomt mij bij lieden die je misprijzend monsteren als je komt voor nieuwe schoenen, onder- en bovenkleding of kapsel.
Met zo’n hoofd van: ‘Kind, hoe heb je het zo ver durven laten komen?’
Bij mij werkt die verkooptruc niet. Ik ervaar die blik als liefdeloos en kijk daarom al jaren wel link uit. Zo niet bij mijn huidige kapper.
Bij wie ik wel altijd weken te laat kom. Maar ook al heb ik dus tegen die tijd echt geen enkel model meer in zijn ooit goedbedoelde kapsel, hij kijkt als ik binnen kom echt nooit naar mijn haar.
Oordeelloos en liefdevol word ik begroet. Zo ook hedenochtend.
Hij vraagt wel waarom ik zo ongedurig ben. O, dat is omdat de herfst roept. Die wil mij nog heden ten dage het bos in hebben. Dus kan het uptempo?
Mijn kapper begrijpt zulke dingen. Hij is naast de meest vaardige knipper aller tijden ook kunstschilder. Terwijl hij in het wilde weg aanvangt vertel ik hem dat ik zo dol ben op zijn vaardigheden, op vakmanschap in het algemeen, ja dat zelfs bekwame zware jongens –lees: criminelen- me kunnen beroeren als de klus vakkundig geklaard wordt.
De wilde kapper -hij heet Rob de Wilde- begrijpt precies wat ik bedoel.
In de ontstane opwinding vergeet hij zelfs even de hele knipaffaire en begint hij de visverkoper op de brug over de Singel te bezingen. Hoe die man een haring schoonmaakt! Alsof het zijn eerste is! En hoe liefdevol hij naar zo’n visje kijkt. Hoe hij het streelt, bestrijkt met speciale lekkernijen. En dat terwijl zijn vrouw er elke dag met een chagrijnige smoel achter de kassa naast staat. We lachen.
Mijn kapper moet even naar een andere klant.
Ik pak mijn boekje weer.
Een gloednieuwe gedichtenbundel: ‘Alles danst’, van Hein Stufkens.
Mijn kapper komt terug en veegt een druppel van mijn wang.
Hij verkeert in de kappersveronderstelling dat dat vocht uit mijn natte haar komt.
Dan kijkt hij over mijn schouder naar wat ik lees. Na een tijdje zegt hij dat hij een vermoeden heeft voor wie dat gedicht ‘Huidhonger’ is geschreven.
Ik haal mijn schouders op, de kapper klopt op ons kapmanteltje en kwijt zich vervolgens liefdevol en nabij van zijn taak.
Huidhonger
Je huid heeft honger,
wil een maal van warme tederheid.
Je ziel lijdt kou en wil een deken die
met eerbied om haar schouders wordt gespreid.
Je ogen smachten naar een blik die
jou ziet en niet bang is van de zee.
Je hart wacht op een stem die
fluistert: ik ga altijd met je mee.
En dat de rots dan openbarst.
Eerst schuchter en dan zonder schromen
zullen al je tranen stromen.
Mauro, jij bent mij in een andere vorm.
Ik vind het zo mooi dat ik het gedeeld heb op Twitter en Facebook.
Verder niets aan toe te voegen.