Natuur
Alsof ik nog een koppige puber ben heb ik het afgelopen seizoen heel wat onderricht op de boeddhaschool aan me voorbij laten gaan, onder het motto: te moeilijk en te exotisch. Nu dient de mogelijkheid zich aan om in twee dagen een heleboel in te halen. Ik neem de uitdaging aan. En nu eenmaal de weerstand overwonnen is blijkt de stof opwindend en herkenbaar te zijn. Het dramatische, wilde, hermetische en speelse Vajrayana-onderricht doet me sterk aan het bijbelboek Openbaringen denken. Heerlijk al die wilde dieren in en om me heen. Ik val eindelijk op m’n plaats of zoiets. En toeval bestaat natuurlijk niet, want zojuist is m’n horoscoop getrokken en daar blijkt het van precies dezelfde stieren, leeuwen, mooie godinnen en dwarrelig herfstzonlicht te wemelen.
Natuurlijk huivert de gereformeerde puber in mij om de Wee-u-woorden van Leviticus. Waarzeggerij, o la la. Ik heb het bijbelboek er nog eens op nageslagen en er staan, naast de overtreding toekomstvoorspellerij ook een heleboel seksuele vergrijpen in waar ik zelf nog nooit opgekomen was maar die wel m’n puberfantasie prikkelen.
Stil nu! Ik ben geen puber meer! Maar toch…
Waar is de puberale wildheid van de kerk eigenlijk heen gevlogen?
In oude kathedralen vind ik overal ‘heidense’ symbolen.
De kerk van de Middeleeuwen stond bol van de astrologie. Boven menige kerkpoort hangen sterren, met Christus als Koning. Of Maria als maangodin. Die maan is voor mij heel belangrijk, zei de astroloog, die overigens versteld stond van het vrome karakter van mijn horoscoopje. Met een beetje een koppig randje, maar dit natuurlijk even terzijde.
En God werd zo vaak gekoppeld aan de zon. Daaraan herinnert nog het
Zonnelied van Fransiscus van Assisi: Sia Laudato.
Waar hebben we de wildheid van de en onze natuur eigenlijk naartoe geschoffeld? Sinds ik de wilde dieren weer aan boord heb gehesen, kom ik spontaan vrienden van heel lang geleden tegen. In de trein, op straat. En zonder woorden, met alleen maar wilde ogen die blikken, is het alsof tijd en afstand geen enkel vat op ons had.
Er hangt een magische verbondenheid in de lucht. Ik vraag niet meer hoe het kan, maar geniet er van.
