Niets weten
In de wachtkamer bij de dokter lees ik in de krant dat veel Nederlanders die HIV hebben dat niet weten. Lekker wel. Uh..hoe komt dat ook alweer?
Sja, zegt de dokter. De vraag is of mensen wel alles van hun partner weten.
O ja, antwoord ik. Dat is net als dat je als man nooit zeker kan weten of alle kinderen in het gezin wel van jou zijn.
Zoiets, knikt de dokter. En dat is maar goed ook.
Vandaar dus dat je pas joods heet als je moeder het is, rek ik het gesprek.
De dokter lacht. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij het altijd gezellig vindt om n praatje met me te maken. En dat dat erg weinig voorkomt. Vandaar dat hij nu zijn kans grijpt. Want hij blijft maar doorkrassen op het bloedprikformulier voor het lab waar ik dadelijk dapper maar wankel naar toe zal fietsen.
Hepatitis a of b, bloedarmoede, ontstekingen, virussen, longen, suiker, en sja…HIV dan ook maar….enne…Lime natuurlijk.
Ben je ooit door een teek gebeten? vraagt de dokter.
Ja zeg, weet ik veel.
Heb je die bos haar op m’n hoofd wel eens gezien? Wie weet wat zich daar aan boswezens allemaal behaaglijk in heeft laten zakken als ik fijn loop te wandelen door bos en beemd.
Sommige mensen mogen dan niet weten wat hun partner verzwijgt, ik heb geen idee waar bosvriendjes het liefst hun pootjes uitstrekken.
Wat weten wij nu helemaal anno 2008?
Gerrit Komrij met zijn vliegangst schreef ooit: ‘We stappen met een eigenwijs gezicht in een vliegmachine alsof we met de bus naar Krommenie te maken hebben, maar de vliegwetenschap staat nog volop in de kinderschoenen.’
En dan die andere onvergetelijke krantenkop: ‘ We vliegen naar de maan, maar we weten niets over hoe vrouwelijke opwinding werkt.’
Vaak is het grote Niet Weten een zegen. In ons gezin is een heel raar gen ontdekt, maar als ze de buren zouden openmaken, nou, dan had je daar ook ongetwijfeld zieke dna-armpjes aan het zwaaien. Is kennis niet veelal overbodig? Smartverhogend?
Vorige week stond er nog in de krant dat velen onder ons die al jaren menen depressief te zijn, dat helemaal niet zijn.
Kortom: wat weten wij?
Inmiddels ben ik op het lab beland. De vrouw met de naald kijkt me meewarig aan. Acht buizen bloed. Dan prikt ze er vijf keer naast. Waar zijn jouw bloedvaten, vraagt ze.
Mm, nu zou een beetje kennis me toch geruststellen.
Ik bijt m’n tong af en verheug me op het filmpje waarop ik mezelf straks ga trakteren. Want ik weet heus wel iets: Dat ik daar van zal opknappen omdat dat echt helemaal nergens over gaat.

