Ohoranje
Het is nu kwart voor vijf en het nieuws meldt dat het Museumplein nu al de maximumcapaciteit van 100.000 mensen heeft bereikt. En om half negen begint de finale pas.
Waarschijnlijk wordt dit een gevalletje ‘Later lach je erom’. Maar nu is Nederland al moe door oververhitting en massaliteit.
Helikopters hangen ronkend boven de stad. Men kan nooit weten. Zeker niet om kwart voor vijf.
Misschien is iedereen nu wel op dat Museumplein om later een significant antwoord te kunnen geven op de vraag: ‘Waar was jij toen…..?’ En vandaag gaat het eens even niet over Moord of Aanslag. Op Kennedy of Dylan, Fortuyn of van Gogh. Op twintowers en treinen.
Vandaag is de wereldvraag bedoeld voor de kwestie of oranje won of verloor.
Momenteel verkeren we met z’n allen nog in onwetendheid en zullen alras in roes of wanhoop zijn.
Nu wandelen we nog in raadselen maar zullen weldra oog in oog staan met de uitslag van het WK 2010.
In deze tussentijd hoor ik voorbijgangers en onbekenden elkaar almaar die steevaste zegenbede toedienen:
‘We gaan winnen!’
Als een belofte, een eis, een mantra, toverspreuk, smeekbede, sutra of wereldse wens.
Zoals we ze al eeuwen in alle werelddelen en culturen afsmeken.
Hoewel de menigte waar ik op dinsdagavond 6 juli na afloop van de strijd tegen Uruguaye door heen moest fietsen een zeer angstaanjagende janboel vormde, en hoewel ik niet weet of winst of juist verlies deze nacht voor de minste slachtoffers zal zorgen, er is toch iets met die oerhoop.
En waarschijnlijk ook met collectieve rouw en vreugde.
Maarre…zeg hee ‘ns even…waarom noem ik in dit stadium al als eerste rouw en dan pas vreugde?
Foei! Dat moet ik goedmaken met een oranje strik in m’n haar.
Het WK 2010. We schrijven geschiedenis. En zijn religieus.
Religare, verbinding. Nu hoe dan ook en met z’n allen. Onontkoombaar. Verzet heeft geen zin meer. Overgave is het devies.
Mijn kleine buurmeisje ziet mijn strik en gebaart zwijgend hetzelfde ritueel bij haar te voltrekken.
Aldus geschiedt.


