Omkijken
‘Hij verdeelt zijn leven tussen Schubert in de winter en diepzeeduiken in de zomer’.
Het klinkt als de ideale C.V, maar het was zuur bedoelde pers. De onvoorstelbaar mooie zanger Bernard Kruijsen is nooit echt in eigen land geeerd.
Men begreep hem niet. En neerlands onbegrip, ons morele oordeel is de bedekking van angst en jaloezie.
Ach Bernard, wat is die nationale eigenschap je zwaar gevallen.
Tijdens het zingen van de Winterreise van Schubert vond hij het heel gewoon om de tranen over zijn wangen te laten stromen.
Onder de knusse kussentjes op zijn sofa verschool hij een geladen pistool.
Met zijn harpoen kon hij grote vissen doden en hij wist met pijl en boog een elastiekje te doorklieven.
Met hese stem zei hij dan: “Het gaat erom het wapen te meesteren en het dan op het moment supreme niet te gebruiken. Dat is ook kunst, kind.”
En dan die van God gegeven stem.
Bijna niemand die het snapte.
Gelukkig heeft Frankrijk zijn goddelijke talent wel ruim gevierd. Dat is ook niet verwonderlijk, want Kruijsen was een meester in het franse lied.
En toen ik jong en ontvankelijk was, mocht ik hem een tijdje kennen.
Zoals een geschiedenis- of leraar nederlands vaak een blijvend stempel op je drukt, zo deed deze kunstenaar dat met mij.
Ik kreeg een paar keer les van hem. Kindertotenlieder. Mahler.
Bernard was verkouden en zeer hees.
Maar onderbrak mij ineens met zijn plotseling weer opgestane dreunende stembanden.
Hij overrompelde mij met zijn inlevingsvermogen voor die moeder en haar dode kind in deze hartverscheurende cyclus.
Hij schreeuwde het uit:
‘Het is de doooood die binnenkomt!! Bij jou hoor ik de melkboer!’ Zomaar ineens hoor ik zijn stem weer.
Het godengeluid van die inmiddels eenzaam gestorven man.
De niet geeerde profeet in eigen polder.
Behalve dan in de film Eline Vere.
Eline. Even voel ik me met haar verbonden.
Kijk maar even naar hem om, vrouw.
Dan doe ik dat ook.

