Onkwetsbaar
Het verbod op godslastering kan maar beter worden afgeschaft, staat er vanochtend in de krant. De idee dat God niet beledigd mag worden, is niet meer van deze tijd. De deelnemers aan een symposium hierover hebben collectief verklaard dat lange godsdienst-tenen horen bij middeleeuwse angst voor Boven.
Een andere ochtendkracht meldt ons dat spotten met de kerk juist in die middeleeuwen zo gewoon was. Je moest wat voor het leedvermaaktelevisietijdperk. Sterker nog, de kerk deed daar zelf het hardst aan mee. Eenmaal per jaar werd het kerkelijk zottenfeest gevierd.
Dan werd de paus even de jongste misdienaar.
Wat valt er nu precies te beledigen als het over God gaat? Ik hou ook heel veel van God. Juist dat doet elke kwetsure afketsen. Liefde overwint alles.
Wordt mijn geliefde bespot om zijn niet-begrepen smoking, wij hebben het leuk. Ook mijn innig geliefde kat valt veel spotternette ten deel. Ik vind hem een schoonheid, maar de buitenwereld denkt daar collectief anders over. Men rolt onbeleefd om van het lachen zodra mijn kater de kamer betreedt.
Wat een vetklept!, wordt er dan al gierend gesnikt. En hij? Hij kijkt vanuit zijn ronde hoofdje dat als een cockpitje op het indrukwekkende lijf is geschapen door zijn enorme venster-ogen de buitenwereld aan. Hij is volkomen ge-aard en thuis. Dat maakt hem mijn grootste spirituele voorbeeld.
Hij is volkomen op z’n gemak bij zichzelf en is derhalve niet echt bezig met de mening van anderen. Niet begrijpend kijkt hij van de een naar de andere spotter: ‘Ik dik? Zijn er nog andere modelletjes dan?’