Opknappertje
Zodra je de beschutting van de stad verlaat, valt alles uit elkaar. Je vaart met je bootje de stadspoort uit en de natuur toont haar almachtigheid in sloophout, overwoekering, verspochting en onderloperij.
Menig half vergaan schuitje ligt overigens zieltogend te koop. Typische gevalletjes van een opknappertje. Daar moet je van houden natuurlijk.
‘Opknappertjes te koop’.
Ik vaar die bordjes vrolijk voorbij. Richting het IJ natuurlijk.
Want ik wil golven, gevaar, bij m’n taas gegrepen worden.
Aan m’n haar getrokken, over de kling gejaagd.
De wind door de ernst.
Ja, inderdaad, ik heb een hevige retraite te verwerken.
Maar die hevigheid was nu niet bepaald alleen maar zwaar.
Wat hebben we ook gelachen, gekeet, gezweet, gegod, geschapen, gemenst.
Pff zeg, ik heb ff geen tijd meer om te werken hoor.
Het is nu verwerken geblazen.
Wat een mazzel dat er vanochtend een stroomstoring was en m’n trein richting het werkje het niet deed. Kan ik lekker spijbelend in m’n bootje.
M’n eigen opknappertje.
Te klein voor de golven en de ernstschepen op het IJ.
Nu zijn we samen, het bootje en ik…lacherig over het woord Opknappertje.
Zo’n leuke term voor contactadvertenties.
Want wie van ons is er niet een opknappertje?
En wie van ons wordt niet met zo’n opknappertje opgezadeld? Stel dat ik mijn man nu genereus zou overdragen aan een andere dame…
Zou hij dan ook moeten worden opgekalefaterd?
Of is hij autonoom en heel gebleven?
Of is hij door de jarenlange verbinding met mij nog meer Hij geworden dan Hij al was?
Wat doen wij met de ander?
En daarmee met ons zelf?
Maken we Opknappertjes van elkaar of gunnen we de ander alle wind in het fiere zeil?
Wat een vruchtbare vraag voor het begin van de week.
Ik geef mijn lieve grachtbootje extra gas voor dat veel te grote IJ.

