Papa
Ooit, ja ooit. Toen was er een heel klein meisje.
Dat ging vaak naar de Mattheuspassion.
Zo rond deze dagen.
Ze was niet bepaald bij de pinken.
Want hoe vaak ze ook al geweest was,
en hoe goed ze het evangelie ook kende…
ze hoopte elke keer dat het anders af zou lopen.
Dat de dirigent zomaar ineens de vader van Jezus zou gaan spelen.
Omdat het hem gewoon halverwege allemaal te gortig werd.
Al die eenzaamheid, die angst, dat verlangen.
En dat als Hij schreeuwde, dat dan de dirigent af zou tikken, van z’n bokje komen zou en dan ging zeggen dat het allemaal niet doorging.
Dat het een vergissing was.
Het tweede deel zou worden afgeblazen.
Hij zou de doodsnood van zijn zoon smoren in zijn smokingkraag.
Kom maar jongen, het spijt me zo.
Ik breng je naar huis.
‘Waarom hebt gij mij verlaaaaaten?’… zou steeds zachter worden in de hals van de vader.
Daar keek ze keer op keer naar uit.
Maar dat gebeurde nooit.
Nooit.
Hoe vaak het meisje ook kwam kijken en luisteren.
Dit weekend gaat het meisje weer.
Twee keer zelfs.
Dat is natuurlijk wel een beetje afzien.
Zou dat helpen?