Prooi
Afijn, ‘de schoonheid van de man’ dus. Dat is een boekje van een Française die, nadat ze achter het overspel van haar man kwam, zich helemaal is gaan verlustigen in de andere sekse. Zo’n zin op de achterflap zou enige agressie kunnen doen vermoeden, maar dat is flauw. Nooit aan je aangekoekte vooroordelen blijven hangen. De weerzin die ik als achttienjarige voelde bij voor mijn sekse bedoelde bladen zoals bijvoorbeeld de Cosmopolitan is buitengewoon overjarig. In die meidenmaandwerkjes werd je in full color omstandig en herhaaldelijk uit de doeken gedaan hoe je een godin kon worden. Wat je dan aan moest, wat je op je gezicht diende te smeren, naar vooral hoe naar je tegen de andere sekse moest zijn. Hard to get of zoiets. In ieder geval kwam me die wedstrijd van wie van de seksen eigenlijk de baas was doodvermoeiend voor. En als ik dan al een keertje behoefte had aan een blaadje, dan snakte ik naar een vrouwelijk exemplaar. Iets als de Donald Duck of zo. Maar dat is natuurlijk heel persoonlijk. Bij de kassa van m’n buurtsuper zie ik dat het aantal Damesevangeliën inmiddels is verhonderdvoudigd. Waarom die zielloze bladenmarkt in deze crisistijden niet ineenzijgt, het blijft me een raadsel. Maar dit terzijde. Nu lees ik literatuur. Eerst moest ik wel om deze frisse Française lachen. Zeker om het begin, als ze beschrijft hoe haar moeder haar kleine meisjeslijfje vroeger waste. Maar hoe dun het boekje ook is, de schrijfster lijkt het ternauwernood vol te kunnen krijgen. Al hoofdstukken lang mag ik lezen hoe geweldig het mannelijk geslacht wel niet is. En dan bedoelt de schrijfster niet de ene helft van de wereldbevolking, maar dat lichaamsdeel dat van de man de gans andere maakt. En op een gegeven moment geloof je dat wel. De schrijfster heeft al heel wat veldwerk verricht, zoveel is op bladzij tien al meer dan zeker. Maar ja, dan is het werkje nog maar net begonnen. Is ijdelheid altijd zo saai? Dit verslag doet me, hoewel het heel anders is, toch denken aan het spraakmakende boek over het seksuele leven van haar landgenote Catharine M. Waarin we ook van het ene wapenfeit naar het andere worden gesleept, eindigend in een topzware zegekar voor de schrijfster zelf. Zzzzzz…,bij dertig graden kans op voortijdig weg sukkelen. Maar dat is echt flauw. Kom op! Ik herpak mezelf en lees verder. Probeer tussendoor ook regelmatig door de ogen van de schrijfster naar de straat te kijken. Naar de andere sekse wel te verstaan. Zie ik wat zij ziet? Ik gluur en tuur naar buurmannen, kooplieden, bejaarde hondenuitlaters en bezwete sportschoolbezoekers. Heb ik ogen in m’n zak zitten? Ik zie mensen lopen en pas een tijdje later dringt het tot me door of we te maken hebben met een man. Laat staan dat ik biceps waarneem of rechtsdragendheid vermoed. Of een score bij houd of mijn vrouwelijkheid wel wordt waargenomen door deze exoten, deze door mij in te nemen vestingen. Mijn vakantieboek doet net alsof mannen zijn zoals de slangen en spinnen die m’n neefjes en ik bezocht hebben. Achter slot en grendel dan. Wat is daar de lol van? Aapjes kijken, terwijl ze sprekend op je lijken? Maar hoe zit dat dan met echte ontmoetingen met mannen? Waren dat geen wandelende testosteronervaringen? In gedachten ga ik het rijtje van de afgelopen dagen af. Dat ene door mij zo goed gekende exemplaar dat zelfs tijdens deze hittegolf een zwarte broek blijft dragen en nooit naar de kapper gaat. Die andere schat die me gisteren alle hoeken van de kamer liet zien in zijn analyse wat er sinds vorig jaar allemaal is gebeurd. En pfff, wat ken ik dat warme hart goed, ondanks z’n branie. Dan de emotionele wijsgeer die zo gul voor m’n neefjes was dat ze het er nog dagen over hebben. M’n neefjes zelf, die groeien, zich bezeren en vervolgens weer lachen. De jongeman van vanochtend die ondanks z’n zakelijke missie ontwapenend eerlijk was. Heb ik borsthaar gezien? Jongensbillen? Waarom herinner ik me alleen maar ogen? Kweenie, ik zie door de mensen de man blijkbaar niet meer. Misschien dat ik toch maar eens een paar van die wijvenblaadjes in het vakantiekoffertje prop. Een vrouw is nooit te oud om te leren. Of wacht even…te oud, daar was ook iets mee. Eerst maar eens het boekje uitlezen.