Raadsels
Telefoontje van een beroemde journalist die denkt dat mijn boek Rachab informatie herbergt over een kennelijk nu recent schandaal. Over een justitieman die stout is op bladzij 224. Terwijl ik stiekem denk dat de echte kwestie in een heel andere hoek zou kunnen zitten. Maar dat moet onder de pet blijven.
De volgende beller is de man die min of meer model staat voor Enkidu. Of ik nog ns langskom. Hij lijkt zijn aandeel nog niet echt te hebben bestudeerd en dus al helemaal niet te weten welke rol hij speelt in Rachab. Maar hij wil wel graag dat ik bepaalde passages aan hem voorlees.
Ik druk de hoorn even aan het oor van Prinsje Heerlijk en kijk hem olijk aan.
O nee, Prinsje bestaat natuurlijk ook niet. Om overspannen van te worden.
Wie is nu wel en niet echt? Zelfs God vat het boek persoonlijk op. Maar juist Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.