Ratatouille
Het klinkt altijd zo verleidelijk. Bovendien ben ik dol op recepten. En frutje olie hieieieieir, een kloddertje peper daaaaar…Toch ontpopt het gerecht zich altijd flauwer dan de naam belooft. Valt altijd een tikje tegen. Terwijl die naam ratatouille lonkt naar (min of meer bestuurbare) chaos en wat is aantrekkelijker dan dat? Inmiddels ken ik de vrijmoedigheid van eigen hartige toevoegsels. Aldus kan deze groentechaos de ene dag oosters en de volgende avond Italiaans uitpakken. Het lijkt het moderne leven zelf wel. Ik geniet met volle teugen van de huidige religieuze tijdsgeest. Neem nu Trouw van vandaag, waarin onze van oorsprong Palestijnse dichter des vaderlands Ramsey Nasr zijn Psalm die hij voordroeg bij de opening van de Calvijntentoonstelling heeft laten afdrukken. De koningin was onder de indruk van deze zwarte geloofsbelijdenis. Een Katwijkse dominee echter vond deze psalm discriminerend voor Willem van Oranje. Terwijl die toch al eeuwen in vrede rust zou je denken. Wat een smullerette, deze botsing..nee, omhelzing der culturen. Gisteren mocht ikzelf een soortgelijke ontmoeting meemaken. In een gezelschap van hoog geleerde joodse heren werd ik als enige vrouw geacht iets te beweren over hun eeuwenoude joodse wijsheden. In alle opzichten was ik buitenstaander, -vrouw, niet joods, niet doorgeleerd,gereformeerd met een warme belangstelling voor het boeddhisme, en een hinderlijke neiging om in alles overheerlijke ratatouille te zien.- Om de chaos compleet en in dit geval behoorlijk gepeperd te maken was er ook een bisschop die zo kwajongensachtig bleek dat ik hem bijkans had voorgesteld om op het veldje achter het joodse pand een voetballetje te komen trappen. Hij had ja gezegd. Dat weet ik zeker. Als dank voor deze chaos kreeg ik van de joodse mannenclub een boek over het boeddhisme. Dat trof me. Wat een lieve gulle daad. De schrijver van het boek had op de eerste witte pagina iets geschreven: ‘Wacht tot er niemand is.’ Wat een prachtzin. Het is een uitspraak van een zenleraar op de vraag van een leerling wat het grondprincipe van het boeddhisme is. ‘Wacht tot er niemand is’, antwoordt de leraar. Als de leerling na geduldig wachten tot het hele gezelschap is verdwenen de vraag nogmaals stelt, antwoordt de leraar, terwijl hij om zich heen kijkt: ‘ Hoe hoog zijn deze bamboe’s en hoe klein die daarginds.’ De hoogstaande leerling zat zichzelf nog steeds in de weg en moest wachten tot er echt helemaal niemand meer in de buurt was. Dat heb ik gisteren aan den lijve ervaren. Een zaal vol met mensen die zichzelf, de bisschop, hun eigen geloof en mij niet in de weg zaten. Ik krijg weer zin in ratatouille en begrijp plots de gulheid van dit gerecht. Gecombineerd met een snufje chaos wordt dat vanavond smullen geblazen. Een joods bitterkruidje hieieieir…een katholiek rood drupje wijn daaaaaar…Tast toe. Er is op je gerekend.