Spek en bonen
Mm, wat heb ik daar een zin in. Spek en bonen. Maar het is niet verstandig om dat heerlijke, maar vette gerecht al te serieus te nemen. Vies eten, dat is het devies in het hilarische nieuwe boek Het Dovemansdieet van Maarten ’t Hart. Bedankt voor dit verrukkelijke werkje! Mijn lief lachte zich gisteravond suf toen ik hem er uit voorlas.
En vanochtend zijn we opgestaan met spek en bonentelevisie. Op het nieuws werd er gezegd dat er ergens brandalarm was in een ziekenhuis. Gelukkig bleek het alarm loos, maar het deed wel heel erg denken aan die keer van een paar jaar geleden toen er wel echt brand was. De man naast mij lag alweer dubbel. Terwijl we moesten opstaan, want daar is dat programma voor bedoeld. Zou dat trouwens niet slecht zijn op zijn leeftijd, al dat gebrul? Al ettelijke jaren geleden heeft hij zich letterlijk een breuk gelachen. Met alle ziekenhuisgevolgen van dien. Maar goed. We zien wel. Of anders kijken we wel.
Onze fantasie slaat volkomen door van dit nonnieuws: ‘Oké, jij hebt me nu dan niet echt iets naars aangedaan,maar dit gedrag doet me toch echt heel erg denken aan dat verhaal uit de oorlog…’ Enzovoort enzovoort.
Inmiddels zijn we kreunend van de napret aan het opstaan. We staan met onze ruggen naar de tv onze aankleedrituelen te verrichten en horen de overspannen presentator van het Goedemorgengebeuren aan. Hij moduleert maar door. Plotseling horen wij hem iemand bedanken. We kijken elkaar eerst stomverbaasd aan en dan om: Meneer bleek een gast naast zich te hebben! Daar was echt niets van te horen geweest.
Brullend van de lach verlaten wij het pand. Op weg naar serieuze arbeid.
Halverwege de dag kan ik hem melden dat ik binnenkort mee mag met een cameraploeg naar CuraÇao. Een beetje voor spek en bonen. Hij is blij voor me.
Er is daar een vlootdienst, er zijn daar heel erg eenzame mariniers die hun toevlucht nemen tot hun bewogen vlootpredikant, en er is een ticket over. Misschien dat Annemiekje er een Vermoeden van kan maken. Ik ga voor spek en bonen. Lekker langs de zijlijn. Zoals ik vroeger zogenaamd meedeed met mijn stoere voetballende broers op het speelplein bij ons aan de overkant. Officieel werd mijn aanwezigheid tot spek en bonen verklaard. En juist vanaf die plek bleek het genieten geblazen. Ik nam hun intimiteit haarscherp waar, juist omdat mijn aanwezigheid er niet toe deed. Ja, het was maar een spelletje en daarom ervoer ik geluk.
Spek en bonen, ik heb er zo’n zin in.