Spelen

Vaak loop ik voormalig studiegenoten tegen het lijf. Muzikanten. Hoewel deze conservatoriumgangers van weleer opvallend vaak niet meer spelen. Zo heeft die studie er indertijd in gehakt. Dat je leert wat moet en nooit meer mag. Van een leraar die achter gesloten deuren alleen gelaten met je, zijn gebutste wil aan je op legt.
Maar soms, na jaren komt de jeugdige vrijmoedigheid weer terug. Niet dat die studie dan dus overbodig was. Maar na rijping blijken eigenheid en techniek een vruchtbaar huwelijk te kunnen sluiten. Is dat dan meesterschap? Zo antwoordde de Boeddha ooit op een wanhopige leerling die niet kon mediteren omdat hij of in slaap viel, of werd afgeleid: ‘Jij bent toch muzikant, is het niet? Als je je snaren te strak spant hoor je niets. Maar draai je ze te los, dan is er ook geen muziek. Niet te strak, niet te los.’
De gulden middenweg dus. Hoe ontroerend is het niet dat deze held van het boeddhisme dit ook zelf aan den lijve ondervinden moest. Siddhartha Gautama, de latere Boeddha, werd als prins geboren maar verliet het paleis om het lijden van de wereld in ogenschouw te nemen. Maar toen hij zelf bijkans omkwam van de honger, besloot hij dat ons menselijk lichaam te kostbaar is voor vrijwillige uitputting en koos hij voor de middenweg. Mededogen met behoud van voedsel en zelfverzorging. Niet te strak,niet te los.
En die middenweg, dat binnenpaadje is waarschijnlijk voor iedereen anders. Het is geen gebaande weg.
Wat zou dat een kostbare jeugdles kunnen zijn. Dat je je eigen binnenwegje mag gaan zoeken.
Ik luister naar de meester en zie zijn vreugde. Horowitz. En eindelijk begrijp ik wat het ware spelen is. Meesterschap met een knipoog. Kijken hoe een koe een haas vangt. Crazy wisdom.
Wie juicht niet die deze mens beziet?
?

