Spreekverbod
Als de drommel bezigheden verzinnen die het daglicht wel kunnen verdragen, anders blijft er geen Schrijverette meer over.
Gisteren had ik de een na de andere ontmoeting waarover niet al te veel gezegd kan worden. Want wat zeg je over een synode? Niks meer aan doen?
Of over een heikele journalistieke kwestie die zo pikant is dat de afspraak maar buiten op een terras moest. Minder kans op verborgen microfoontjes. Wel grappig om tijdens die ontmoeting te horen dat 1 bladzij uit Rachab momenteel als een lopend vuurtje door het land faxt.
Zelf zou ik een andere bladzij hebben uitgezocht. Die over die grote man met die weidse dirigeergebaren. Die in elke ruimte de akoestiek op zoekt. De man die peinzend luistert naar je ogen en in een fractie van een seconde kan vaststellen of je wel of geen ‘sfeer’ hebt. Had ik wel, vond hij. Meer dan twintig jaar geleden.
Gisteren zag ik hem weer.
Je bent niks veranderd, zei hij.
Jij ook niet, dacht ik. Jij bent zo muzikaal, zo eenvoudig en tegelijk zo mystiek dat er geen zinnig woord over te zeggen valt.
Heb je dat boek van je bij je? Je zou me toch voorlezen?, vraagt hij. Oeps, vergeten.
Geeft niet, zegt hij. Dan zitten wij gewoon even stil bijeen.