Steeds verder van huis
Het duizelt mij. Niet alleen onweert het hier zo erg dat de oeroude mensenangst voor Gods toorn rusteloos boven het wassende water blijft bliksemen. Maar ook de omvang van onze religieuze geschiedenis doet mij sterretjes zien.
Nog steeds op bedevaart ben ik ademloos blijven steken in ons uiterste zuiden, waar de ontmoeting tussen heidendom en christelijke bekering zo ontroerend zichtbaar is.
Want mijn kleine uitstapje naar de buren in Aken onthult al gauw dat die hofkerk van Karel de Grote rond 800 nog weinig uit te staan had met onze religie nu.
Staand in het hart van deze achthoekige exotische tempel is de sage over de duivel die wilde helpen bij de bouw, maar al doende zijn duim verloor heel goed voorstelbaar.
Ik ga op kraamvisite bij het kindje Jezus van Praag, bij de Norbertijnen in Tongerlo.
In Scherpenheuvel ontmoet ik talloze oude bedevaartsgangers tijdens het lof. Vervolgens lopen wij devoten elkaar voor de opgezwollen voeten in de talloze heilige beeldenwinkeltjes en de kaarsenbranderettes die er uit zien als fietsenstallingen.
De abdij Sint Bededictus Berg in Vaals is uniek sacraal en cerebraal door zijn eenvoudige en wereldberoemde architectuur. Hoewel de crypte een beetje op een parkeergarage lijkt waar het voor mijn gedroomde toiletjuf heel goed toeven zou zijn.
Ik passeer Moresnet, het onooglijke plaatsje nabij het Drielandenpunt dat gedurende honderd jaar een onafhankelijk staatje heeft gevormd.
Hier ergens in de buurt ging de componist Cesar Frank vaak op vakantie.
In de abdij van Val Dieu schenken ze het beste bier van het noordelijk halfrond, zo beweren de tappende paters.
Ik aanschouw het heiligdom van Gerardus Majella in Wittem en raak steeds verder van huis, of toch niet?
Wordt heel zeker vervolgd…..

