Storm
Het roeibootje slaat bijkans om. Er staan witte schuimkoppen op het woeste meer. Hoe was het ook alweer? Overeind komen en de golven op hun knieën gebieden? Maar dan kapseizen wij kleingelovigen meteen, dus blijf ik maar zitten en ruk wat machteloos aan de riemen die ik heb. Telkens raken we aan lager wal.
Omdat je geen spierballen hebt, schreeuwt de ploeg. Maar de ploeg staat hoog op een enorme motorboot Neerlands hoop in bange dagen te spelen.
Die kerels hebben makkelijk schreeuwen. Toch bindt zo’n storm enorm.
Een opnamedag in de wilde buitenlucht doet ons veel meer voelen in hetzelfde schuitje te zitten dan als we in een duffe opnamestudio hadden gefilmd.
Maar toch is het goed dat mijn eerste gast van deze Vermoedendag niet met mij het roeibootje is ingegaan. Hoewel we wel doen alsof en zit de opnameleider als stand-in tegenover me te doen alsof hij 88 is.
Want zo oud is mijn gast. Hij was twee keer minister van Financiën en is nu een wijze Soefi. Voor de laatste aflevering van dit jaar speelt hij de Oudejaarsgeest die zijn licht over ons laat schijnen.

Het is een voorrecht hem in de ogen te kijken als ik eindelijk het eiland heb bereikt. Terwijl hij ontroerd vertelt over het sterven van zijn vrouw, waait er een flard van een Rilkegedicht langs.
Waar moet ik toch mijn ziel bewaren dat zij niet langs de jouwe strijkt?
Hoe het met ons gaat? Deze wijze is hoopvol gestemd. Hij brengt daadwerkelijk troost. Dat hebben we wel nodig, want de ploeg is terug van verre reizen en verhaalt van de grootste verschrikkingen. Een van de camerajongens heeft gefilmd in Kongo, waar rebellen geïnterviewd zijn over de stelselmatige verkrachtingen die ze plegen. Hoe die mannen een vrouw haar borsten en geslachtsdelen hebben afgesneden, deze lieten drogen in de zon en zichzelf er vervolgens mee insmeerden, in de overtuiging dat ze zo onkwetsbaar voor kogels zouden zijn.
Onze geluidsman heeft net gewerkt voor een documentaire over kinderuitbuiting. De grootste afnemers van seks met kinderen schijnen afkomstig te zijn uit Amerika, Japan en Duitsland. Niet zelden worden er baby’s besteld. Een meer dan eens gehoorde zin zou zijn: ‘ Moet het kind nog terug?’ Dan is het antwoord vaak: ‘Nee..’
Onze tweede gast heeft verdriet, omdat ze zo mishandeld is door haar man. Wat haar te doen staat is haar bloedende wonden om vergeving vragen.
Wat is er toch met ons? Waarom zijn we zo?
Onze wijze oude man vertelt dat ieder mens, hoe veel verschrikkingen hij ook heeft aangericht, verlangt naar het licht. En dat ieder mens daar ook zal uitkomen, hoe lang de reis en de omweg misschien ook duren zal.
Zo graag geloof ik hem. We kijken naar buiten, naar het onrustige meer.
Dit is een tijd van grote turbulentie. Dat heb je nu eenmaal met verandering, zo zegt de oude man. Een plotselinge windstoot loeit om ons eiland:
Op wat voor instrument zijn wij gestemd?
En welke Hand houdt ons omklemd?

