Trekkende troost
Daar loopt ze alweer. Nu door de regen. En niet schichtig fronsend naar die hemeldruppels of zo. Ze laat zich stralend natregenen en duwt haar karretje de hele lange dag door af en aan. Maar ja, zo moeilijk kan dat natuurlijk ook allemaal niet zijn.
Je schrijdt gewoon maar heen en weer door de mooiste buurt van Amsterdam en je trekt daar dan je liefste smoeltje bij. Lijkt me heerlijk.
Met haar karretje en ketel die maar niet leeg lijkt te raken is ze de koffiejuf van de Noorder- en Lindenmarkt. Zij sterkt de kraammannen met vochtig zwarte troost.
Want iemand moet het doen, nietwaar?
En zij doet het tenminste echt en daadwerkelijk. Terwijl ik er alleen maar een televisie-format van gemaakt heb: ‘De Trekkende Troost’. Met een gemotoriseerd karretje met rozenopdruk zoeken naar te ledigen nood.
In de file, tijdens de bewakende nachtdienst of in een operatiekamer.
Of voor de oprit van een begraafplaats. Dat lijkt me zo stoer!!
Dan sta je daar met je troostkoffie klaar voor iemand die bezweet, hongerig en gehaast z’n auto net heeft weggezet. Komend uit een verre provincie. Wel toe aan ‘n bakkie. Serieus, dan hoor je vast nog eens wat over de dode. Waarschijnlijk niets dan goeds. Krijgt ‘ie ook alvast een broodje. Want na zo’n reis is een begrafenis zonder versterking van de innerlijke mens natuurlijk geen doen. Maar iedereen doet het. Gevalletje gat in de markt.
Zo’n nabij beroep toch; koffiejuf.
Voor een toiletjuf geldt natuurlijk hetzelfde. Dat is ook een moderne vorm van biecht- en troostmoeder zijn. Dat degene die vermoeid en belast is tot je komt. Dat men zijn grote boodschap aan je kwijt kan. En dat je die boodschap nooit doorvertelt maar in je hart bewaart als Maria zelf.
De koffiejuf is ondertussen doorgestoken naar de afdeling antiek op de Noordermarkt.
Oudere mannen die teder mariabeelden staan uit te pakken.
Mijn handen jeuken om haar taakje over te nemen.
Weg met de tv-ideeen, op naar het marktplein. Naar het leven zelf.
En vandaag heb ik maar twee vragen aan de koffiedrinkers:
‘Wat kost jij deze samenleving? En wat lever je zoal op?’
Wedden dat tranen en confessies mijn deel zullen zijn?
Vervolgens slinger ik het motortje van de koffiekar aan en tuf richting het zuiden.
Naar die man met dat geblondeerde haar. Die zo boos is dat allochtonen die vragen niet hoeven te beantwoorden. Ik ben zo nieuwsgierig naar hem, maar ik weet dat die honger niet bevredigd zal worden in Het Vermoeden. Dat willen m’n collega’s vast niet hebben.
Vandaar deze eenvrouwsactie.
Wie heeft je toch zo’n pijn gedaan?, zou ik hem willen vragen.
Wat kan men voor je doen?
Enne….suiker en melk?
O, wat zou ik dat graag willen doen.
Annemiek,
7 september 2009.

