Troost
In de bijbel wordt een vrouw beschreven die weigert zich te laten troosten. Die vrouw heet Rachel en ik was er al jong van overtuigd dat ik mijn eerste dochter naar haar zou noemen. Die dochter is er nooit gekomen maar troost komt met karrenvrachten uit de hemel. Ik weet nog steeds niet wat Rachel bezielde. Had ik haar als moeder ooit kunnen uitleggen dat troost vele verschijningen kent? Dat troost zich niet houdt aan tijd en plaats? Dat ze met tijd en plaats gul en lacherig spelen mocht? Rachel was ongetwijfeld gretig geweest. Ze had naar mij gekeken met haar grote ogen en haar smartelijke mond. Ik zou haar verteld hebben dat toen ik m’n eindexamen had volbracht, ik achter een pilaar in de kantine stond uit te hijgen. En toen een gesprek opving van de mooiste jongens van de klas. Zij spraken over mij. Dat ze mij zo mooi en lief en grappig vonden. Ik beukte mijn hoofd tegen de pilaar want was al die jaren het muurbloempje van de klas geweest. Maar achter die pilaar, op de laatste school dag was het te laat. Umsonst was ik. Maar hedentendage spreekt zomaar de russische dwarsligger Vasili Rozanov (1856-1919) me toe: ‘ Jij bent niet door de wereld gegaan, meisje… o meest zachtmoedige der zachtmoedigen… Maar je keek er met een schuchter en twinkelend oog naar. In gedachten verzonken keek je… Vol liefde keek je..En je zong een lied… En je vlocht een lint in je haar … (!) En je hart klopte. En je smachtte en wachtte. En er gingen rijke en vooraanstaande mensen door de wereld. En zij hielden redevoeringen. En alles was zo mooi. En jij keek naar die schoonheid. Je was niet afgunstig. En jij wilde ergens naar toe, je ergens bij aansluiten. Je hart wilde zich overal bij aansluiten. En je had willen zingen in een koor. Maar niemand merkte je op en niemand wilde jouw liedje. En daar sta je nu, bij een zuil. Ook ik loop niet met de wereld mee. Ik wil niet. Ik blijf liever bij jou. En ik neem je handen, en ik blijf staan. En als de wereld zal eindigen, zal ik nog altijd bij je staan en nooit van je weggaan. Weet je, meisje, dat het inderdaad zo is dat ‘de wereld voorbijgaat’ en dat wij ‘niet voorbijgaan’? En de wereld gaat voorbij en is al voorbijgegaan. En wij tweeen zullen altijd blijven staan. Omdat wat van ons is waarachtig is. Terwijl de wereld werkelijk onwaarachtig is.’ Ik zou Rachel willen laten voelen dat alles goed gemaakt kan worden. Dat troost overal huilt om haar aandacht. Dat ze de troost moet troosten. Dan zal ze schaterlachen en haar armen wijd doen. Dan zal ze eindelijk Rachel heten.