Uitbotten
Vandaag is het op de Joodse kalender de feestdag van de bomen.
Toe Bisjevat. Het feest van het ontwaken van de natuur na de winter.
Zo lees ik in de mail van een man die hart heeft voor deze zaken.
Hij merkt daarbij nog maar eens op dat bomen er eerder waren dan mensen.
Daar gaat een zekere troost van uit.
Misschien zullen bomen er ook wel langer zijn dan mensen.
Bomen kunnen zo eeuwig aandoen.
Zo gekend.
Sommige mensen hebben iets van een boom.
Dan lijkt de man een eik en zijn vrouw op de slingerplant om hem heen.
Ik ken ook zo’n eik. Zelf heb ik lang geslingerd.
De eik heeft nog geen nieuwe bladeren.
Hij lijkt wel een treureik.
Hij staat er op dezelfde manier bij als toen ik hem twintig jaar geleden trof.
Bij bomen is dat fijn en veilig.
Bij mensen niet altijd.
Ik kan hem beter in mijn hart meedragen dan op m’n schouders.
Want ik ben geen boom.
En hij ook niet.
Toch zou het zo mooi zijn om het feest van het ontwaken na de winter te mogen vieren.
Toasten op het feest van niet meer koud zijn tot op het bot.
Dat hij weer uitbot.
O, du Baum der Treue!
