Vederlicht
Een rijke man vinden en kilo’s kwijtraken. Dat is volgens een brits onderzoek wat de vrouw dit jaar begeert. Rijk en dun zijn dus. Een rijke man zou belangrijker zijn dan een universiteitsgraad. Met een d.
Anders denk je nog dat het over een graatmager bewijs van braaf meisjesgedrag gaat.
Toen deze vrouwen werd gevraagd realistische doelen op te noemen om de kwaliteit van het echte leven te verbeteren, noemden zij met stip gewicht verliezen.
Sja, gewichtsloos zijn, wie wil dat niet.
Terwijl ik in deze eerste dagen van dit jaar nota bene al van m’n treinzetel ben gevallen. Hoewel het tegelijkertijd net was of ik zweefde.
Is allemaal de schuld van het boek dat ik las. Volkomen gewichtsloos kon ik de trein verlaten. Ik bestond bijkans niet meer.
Iedere willekeurige medepassagier had me zonder enig probleem naar huis kunnen faxen.
Mijn vrouwelijk doeltje is nu reeds bereikt. En dat komt niet door een rijke man.
Maar door een andere vrouw. Nou ja, anders…Ze heet Schreiber. Nu vraag ik je.
Ze is een Duitse. Haar tweede roman is in het Nederlands vertaald en heet ‘Haar vaste begeleider’. Daarmee wordt God bedoeld.
Uiteraard verschijnt deze Schreiber binnenkort in Het Vermoeden.
Anders zou je goden verzoeken.
Het is alsof ik m’n eigen boek lees. Wat het poppetje God was voor het hoofdpersoontje van Claudia Schreiber, is popje Rachab voor de kleine heldin van mijn hardgebonden hersenspinsel. Tot in de merkwaardigste details denken deze beide romanmeisjes dezelfde kant op.
De God in het boek van Schreiber zendt zijn eigen hogepriesterlijk gebed naar de mens:
Mijn mens,
die je bent op aarde:
Eenieder van jullie is Mij heilig.
Jouw hemel moge ontstaan,
jouw wil geschiede
tijdens je leven op aarde.
Zorg zelf voor je dagelijks brood,
en bescherm het brood van je naaste
In alle rechtvaardigheid,
samen lukt het jullie wel.
Schenk elkaar vergiffenis.
Schuif je verantwoordelijkheid niet af op een ander,
want jij hebt kracht genoeg om goed te zijn.
Mens, wees eindelijk blij met wat je hebt,
en wees voortreffelijk in alle eeuwigheid.
Zo moet het zijn.
Daar wordt zo’n Schreiber vederlicht van. Zo ook haar lezeres. Zij laat mij lichtkens gaan met de zegen:
Ik zegen je, maar ik behoed je niet meer. Ik laat mijn aangezicht over je lichten, maar van nu af aan ben je jezelf genadig. Ik verhef mijn aangezicht over je en schenk je vrede.