Blote voeten
Preventief fouilleren schijnt weer helemaal terug te zijn.
Mmmm…dat lijkt me wel wat, want is alweer zo’n poosje geleden.
Opnieuw de metroschacht in glijdend, zie ik drie enorme kleerkasten in het gelaat.
Zij laten hun torso oplichten met een felgeel vestje waarop ‘Beveiliging’ staat.
Onder deze zonloze grond vervelen zij zich zichtbaar al heel lang dood.
Levend begraven voor poortjes en spoortjes.
Dus, op weg naar de retraite waar je mededogen leert, ben ik helemaal klaar voor de verveelde heren.
In sommige gevallen offer ik mijzelve bijzonder graag.
Maar het vierkante trio stort zich gretig op de figuur voor mij.
Op een kleine, zwarte man die van boe noch bah weet.
Die schrikt zich een hoedje.
Hij wordt met luid geschreeuw door de drie kleerkasten overmeesterd en met z’n gezicht tegen een muurtje gedrukt.
De grootste van de Oppassers roept via z’n foon zelfs versterking op.
Neerlands hoop in bange dagen.
Bij gebrek aan aandacht overweeg ik een gil te slaken, zodat medereizigers de zenuwen krijgen, een hek omstoten dat klinkt als een kogelregen.
Waarop de rest van de meute in totale paniek zal ontbranden en elkaar onder de hak zal lopen.
Zal mij dat geen reuze schrobbering opleveren? Drie kleerkasten plus versterking?
Maar daar is de metro al.
Die zoeft me genadig naar de plek waar de zegeningen niet te tellen zijn.
Waar je je schoenen uit mag doen en je ongewapend op je sterkst blijkt.
Waar je de wijsheid van de angstloosheid voorgeschoteld krijgt.
Waar je ervaart dat vertrouwen wonderen verricht.
Dat er niets intelligents is aan ongelukkig zijn.
Waar eindelijk te snappen valt dat er niets te vrezen is, behalve de angst zelf.
Waar liefde woont en de Heer zijn zegen gebiedt.
Intens gezegend en tevreden zoef ik aan het eind van deze dag der dagen terug en tref slechts nog een van de kleerkasten.
Hij vat mij in de kraag omdat ik mijn elektronische license to freedom effe uit m’n inmiddels glanzende oog heb verloren.
Lief murmel ik in z’n oor:
‘Tell me and I will forget.
Show me and I may remember.
Be with me and I will understand.’
Zonder pardon geleidt hij me door de afgeslotenheid, de roltrap op.
Dan salueren wij onder een vette knipoog.
Even vouw ik mijn handen en hij doet gewoon mee.
Life is simple.