Vier uur
De hele nacht lig ik al wakker. Dat blijkt overigens veel beter te hebben te zijn dan je als notoire slaapster altijd gedacht had. Zoals misschien alles wel.
Bovendien is het mijn eigen schuld. Hoewel, niet helemaal. Want ons bereikte net het onvoorstelbare bericht dat een van onze lieve, warme, getalenteerde collega’s op haar 35ste plotseling is gestorven. Een prachtvrouw. Men kan het niet, nooit vatten.
Toen kwam Joran. En hij zei tegen zijn beste vriend, en tegen ons zeven miljoenen dat hij geen nacht minder geslapen had om die bewuste Aruba-nacht.
‘Maar wij komende nacht allemaal wel,’ grapte ik nog met vierkante ogen vanwege het lange televisieprogramma. Daar hadden we ons dan toch maar mooi doorheen geslagen.
En val dan nog maar eens in slaap zonder een knipogende meneer den Uil aan het eind.
Woelen is het trouwens niet. Het is stilletjes liggen, terwijl de beelden maar over het netvlies blijven schieten. Niet gek natuurlijk. Eerst al die dagen aankondiging van iets wat nog niet was uitgezonden. En nu ongetwijfeld maanden herhaling van wat inmiddels gedurende twee overdreven uitgesponnen uren wel is doorgestraald en door ons ontvangen.
En dan ook nog eens je eigen net dat al die beelden reproduceert. Aan de binnenkant van de ogen.
Houden die mij toch zo wakker? Steeds zie ik die biechtende jongen voor me met die joint in het hoofd.
Ik weet best dat alles bestaat. En dat alles wat maar in een mensenhart op kan komen, dat ook in het onze zal doen.
Ik kan me zelfs naar dat strand verplaatsen. In een jong meisje dat haaien wil zien en teveel drinkt voordat ze weer naar haar moederland vertrekt.
In een patserige jongen die ook maar wat doet en in de grootste nachtmerrie-val stapt die maar mogelijk is. Wereldwijd op tvnetten en netvliezen aanschouwd.
Tijdens een doorwaakte nacht is het helemaal niet zo moeilijk om je oordeel op te schorten.
Maar wat ik met de nachtelijkste wil van de wereld maar niet vatten kan, is die eerste reactie van die jongen. Zo’n meisje die in je armen schudt en stil valt. Dat misschien flauwviel, in coma raakte…dat je daar als onschuldige zo van in paniek raakt dat je de rommel maar in een keer weg gaat werken. In plaats van de ambulance te bellen. Wat had hem kunnen gebeuren? ‘ Pa, ma. Ik was toch ff het strand op, wordt ze niet lekker! Ik zie jullie zo, eerst naar het ziekenhuis.’
Die jongen woonde zelfstandig in de tuin van het ouderlijk huis en wekte de indruk al vele nachtelijke middelen en meisjes aangevat te hebben. Was die bang voor straf van z’n meegaande moeder? Ik wil het echt graag snappen.
Angst en schuldgevoel, zijn die behalve slechte raadgevers niet gewoon ook levensgevaarlijk? Zijn die af te schaffen door ons, opvoeders en meningmakers?
Kunnen we er anders tenminste een waarschuwingsetiket op plakken?: Bij Schuld, Schaamte of Angst niet handelen!! Danger!
Ik kijk op de wekker. Vier uur. ‘ k Hoor mijn stiefje thuiskomen. Vrolijk lachend. Zou dat niet wat zachter kunnen? Ach, wat kan het schelen. Liever vrolijk dan angstig of schuldig.
Ik sta op en zet Der Tod und das Maedchen van Schubert op.