Vliegende hollanders
Ja, wat zijn we in de weer, niet? Met z’n allen. De een duwt z’n witte caravan zuidwaarts de A2 op en de ander sleurt z’n hut retour. Ondertussen kijken we met z’n allen naar dezelfde ongelukken en horen we op radio 1 om het kwartier dat we inderdaad in de file staan. Maar je staat niet in de file, je bent de file, zo heb ik ook de vakantieneefjes strikt onderwezen. Want als je zoals wij een hele hete week in een rivier gelegen hebt, word je vanzelf diepzinnig in een file. De bilpartij in wild stromend water levert de ervaring op dat de stenen van nu onder je beslist niet meer die zijn van vorig jaar. Zo kan de 8 kilometer file die volgens onze autoradio op de A2 nog niet geslonken is nooit dezelfde auto’s bevatten als vanochtend, maar het blijft dezelfde file.
Smulkost voor m’n vakantieneefje van 11.
Die van 9 geniet er ook al van. We gloeien nog na van de bonte avond van gister. Toen hebben we een schip de rivier af laten dalen. Een vaartuig geinspireerd op bezochte druipgrotten.
Dat je 80 meter diep in de aarde staat en dat dat binnenste naar je toe huilt. Met stalactieten. We hebben het onmiddellijk nagedaan. Met kaarsendruiperij, stokjes en een houten ondergrondje. Het werd vanzelf een schip. Op onze laatste avond hebben we het gevaarte met brandende kaarsen en rituelen te water gelaten op de rivier. Een huilend schip volgens de neefjes.
Vanwege al die kaarsvetdruiptranen. Ik ben ontroerd door hun poezie. Een twee drie in Godsnaam. Dan vaart onze druipschuit zich naar de afgrond. We zijn deez dagen vliegende Hollanders. Ik ben in ieder geval op doortocht. Wellicht tot ziens. Tot nu toe heeft de Here ons geholpen. Toch?