Vrijheid
Vrijheid is dat niemand van je houdt, citeerde mijn lief vroeger een of ander werkje. Is dat waar, vroeg ik me in die dagen af.
Die kwestie is gaandeweg verdampt. Wij zijn deez dagen op de kop af zeventien jaar bij elkaar. En groter vrijheid ken ik niet dan dat hij bij me is.
Nooit zal ik zijn blije bek vergeten toen hij mij voor het eerst aanschouwde.
Ik keek simultaan naar hem. Dat hoeft geen betoog. En nooit heb ik bij een ander mens die blik terug gezien.
Maar is het waar dat vrijheid betekent dat niemand van je houdt?
Inmiddels heeft zich in mij een nieuwe vraag gevormd:
Stel dat vrijheid inderdaad betekent dat niemand van je houdt…is dat dan erg?
Vandaag mag ik voor Het Vermoeden een Wijze interviewen. Daarvoor moet ik televisiegewijs buitengewoon vroeg uit mijn veren, maar dan krijgt een mens ook wat:
De 83-jarige Paul de Blot.
Op onze Ikonsite staat hij als volgt aangekondigd:
Prof. Dr. Paul de Chauvigny de Blot SJ Lic. Ph. (83) werd geboren op Java, Indonesië. Hij studeerde natuurkunde, filosofie en politicologie;
later psychologie en spiritualiteittheologie. Hij werkte als chemicus op een suikerplantage en ging bij de commando’s toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij belandde in een concentratiekamp. Na de oorlog trad hij toe tot de jezuïetenorde. Hij werkte in het basisonderwijs, als pastor, als docent aan de universiteit en sinds 1979 als campus moderator aan de Nyenrode Business Universiteit. Hij promoveerde in 2004 (toen hij 79 jaar was) op het proefschrift “Vernieuwing van organisaties in een chaotische omgeving door vernieuwing van de mens”, en werd vorig jaar benoemd als hoogleraar business spiritualiteit. De Blot haalde onlangs zijn clownsdiploma aan de theateracademie. Om de kleinste managementeenheid van een samenleving – namelijk het gezin – nader te onderzoeken werkte hij enkele jaren als babysitter.
Ongelofelijk. Wat een bofkont ben ik. Want wat een man. En wat een leven.
Toch hunker ik het meest naar zijn huidige zijn van drieentachtigjarigheid.
Hij werkt op Nyenrode, maar heeft geen kamer, geen curriculum, geen werktijden, geen afspraken en geen agenda. Als er iemand voor hem komt, zegt de portier:
’Meneer de Blot zal wel in de tuin zitten. Loop daar maar even heen.’ Ik houd nu al zielsveel van hem. Terwijl ik hem nog niet eens aanschouwd heb.
Vanwaar mijn hartstocht?
Om vrijheid. Om dat waar ik het aller, aller, allerergste naar verlang.
En naar verlangen zal. Tot in de eeuwigheid.