Vrouw alleen
Domweg gelukkig in m’n achtertuin. Nou ja…m’n….domweg….Je moet er wel 15 kilometer voor fietsen maar dan heb je ook wat. Ja, je zou er een tuincomplex van krijgen. Maar daar zitten we dan. Jezus en ik. Boeddha, ook wel Boeboe geheten, kijkt nieuwsgierig toe. Met hem is niks mis. Hij zit lekker stevig in z’n lavagedaante op m’n heilige grondje. Ik heb m’n schoenen er voor uitgedaan.
Maar Jezus, die valt bijna uit elkaar. Zijn broze zandstenen handjes zijn door weer en wind ernstig aangetast. Het warme hart waar hij naar wijst, is bijkans uit z’n romp gevallen. Zijn laatste uurtje heeft geslagen, lijkt hij me te willen toehuilen. Je kunt blijkbaar ook te kwetsbaar zijn voor je rol. Dan schiet je je doel voorbij. Of toch niet? Zal ik m’n zandstenen vriend overlaten aan Gods water en storm? Dan haalt hij de lente niet. Weet je wat, ik vraag het hem zelf. Kan het lekker schelen. Een vrouw alleen tussen haar beelden in een verlaten uithoek, die mompelende monologen voert…
Busje komt zo.
Zou me best goed uitkomen, want wat had ik net een tegenwind zeg. Maar goed.
Jezus raadplegen.
‘Zal ik je helpen jongen?’
Het is net alsof hij knikt. Boeboe knijpt tevreden z’n ogen dicht. Dus ga ik ijverig in de weer met eiwit en kwast. Lekker de handjes en het hart insoppen met beschermsel. Ook de voeten van Jezus kunnen wel een laagje gebruiken.
Eiwit en Jezus. Wat een vreemde combinatie eigenlijk, mompel ik. Staat er iets over in de bijbel?
‘Jazeker!’ Ik schrik. Best een heldere stem voor zo’n broos beeld. ‘Ik heb m’n hele leven op eieren gelopen en dat viert men met pasen!’ Haha, wat een bak. Boeboe rolt om van het lachen. We schuddebuiken het uit met z’n drietjes. Domweg gelukkig op een tuincomplex.