Wachtlokaal
‘Men houdt zich hier afzijdig van zijn buren.
Ik zie in de gezichten om mij heen
geen teken van verwantschap; in de ure
die allen wacht hebben wij niets gemeen’,
zo dichtte Jean Pierre Rawie al lang geleden zijn Nachtlokaal, over het leven zelf. De wachtkamer voor de dood. Vroeger las dit gedicht als een trein. Hedentendage is het juist de vraag geworden of we, nu we hier toch zijn, wellicht iets met elkaar te maken hebben.
Vandaag bevinden we ons in een voornaam wachtlokaal op het Centraal Station. De handigste en meest geaccepteerde plek om korte en zakelijke ontmoetingen achter elkaar te arrangeren. Gelukkig heb ik twee blijvende metgezellen: Elvis de kaketoe die zoals gewoonlijk op de bar zit, en een brutale muis die werkelijk overal op de voorname parketvloer opduikt. Dat is al lekker veel verwantschap, ja zelfs goed gezelschap.
De eerste afspraak is met de uitgever die een boek met schrijveretjes wel ziet zitten, maar dan wel graag met het onderwerp ‘mannen’ erin.
Zou de uitgever toch fictie willen? Lijkt me heerlijk om een nest mannen tevoorschijn te toveren in prachtig proza.
De volgende date is met een vriend, die innig tevreden terug kijkt op zijn rijke lange leven. In vele opzichten heeft hij genoten, geheimen ontfutseld, is hij grenzen gepasseerd en nu tot de genadige conclusie gekomen dat onze vermeende beren op de weg zo onschuldig en naakt zijn, ja zo weinig om het lijf hebben. Zijn vergleden passies kunnen nu in de boekenkast bij de afdeling jeugdliteratuur. Nu is er tijd voor wat er werkelijk toe doet.
Mijn volgende afspraak is met de man die met groten der aarde heeft gewerkt en daarom nu niet gauw meer van zijn stuk is. Nu kan hij zich richten op waar het echt op aan komt.
In de gezichten van mijn gezelschap zie ik veel verwantschap, maar mijn aandacht wordt ook afgeleid door muis en kaketoe.
De laatste tijd hoor ik beweren dat de mens op zijn vijftigste aflegt wat kinderlijk was. In de verte en in mijn ziel zie ik dat kroonjaar wenken, maar feitelijk duurt dat nog een paar jaar. Op die valreep hou ik van muis en kaketoe net zoveel als van mijn wijze vrienden. Allen in datzelfde wachtlokaal vergaderd. Wie wil er nog of weer ff keten? Nu we er toch zijn.



Voor Bruckner werd er Mahler gespeeld die avond: Lieder einen Fahrenden Gesellen. Die avond 31 augustus in Amsterdam