Warme truien
Vandaag zetten velen de verwarming een paar graadjes zachter. Het is officieel warme truiendag. Wat een daad.
Vroeger was het iedere dag warme truiendag. ‘Trek maar een trui aan’, zei mijn moeder zo vaak dat ik nooit meer anders gedaan heb.
Laat je warmte van binnenuit of van buitenaf komen? Een trui aan doen is veel logischer dan een verre verwarming opjagen. Zoals je, in plaats van de hele aarde met zacht leer te bedekken, beter schoenen dragen kunt.
Toch zet iedere winkel tegenwoordig z’n deuren richting winter wagenwijd open, waar boven dan weer een enorm warmtekanon is gemonteerd. De logica ontgaat me zo dat zelfs winkelen geen lolletje meer is.
Ik word oud. Alsof het veelal verspilde leven als een film aan me voorbijtrekt.
Ben dan wel nog lang geen zeventig – o o wat is die Siebelink toch een schat van een man. Jammer dat er niks te dansen viel op z’n verjaardag.
Dat was nog eens milieuvriendelijk geweest. Dat we onze eigen warmte genereren.-
Ik ben dus nog geen zeventig, maar meer en meer moet er in verwondering worden omgezien. Neem nu gisteravond. Ieder restaurant was afgestampt vol.
Vanwege de Valentijnmenu’s. Vanwege de nieuwste terreurzin: ‘Niemand mag alleen zijn op Valentijn.’
Waar staat dat? Welk vers? De restaurants leken wel gapende monden.
Open deuren die geen enkel nut hadden omdat er geen plaats meer was. Ja, het is de ouderdom zelve die mij bespringt. Het klimmen der jaren.
Mijn mond hangt steeds vaker als een winkeldeur open. Om de angstaanjagende kwestie dat we talloze uren en keren dingen doen die we eigenlijk niet willen. Die overbodig, verspillend en liefdeloos zijn.
Dat we veel te vaak in andermans agenda dansen. Dat we jaren in bedrijven werken die ons niets te brengen hebben. Dat we verwarming zoeken die er al lang niet meer is. In plaats van onze eigen haard te vinden.
Hoe onlogisch is dat allemaal. Hoe vreemd zijn wij als we denken dat de warmte van buitenaf komen moet.
Dat we onze eigen warmte niet bewaren maar verspillen.
Ik trek m’n trui aan. En zet een lief mutsje op.