Weet de dage raad?
Ver voor de wekker gaat is hij het die me elke ochtend wakker maakt.
En zijn methode wordt iedere dag grimmiger. Vanochtend krabt hij m’n onderlip open. Gisteren beet hij nog gewoon in m’n neus.
Vanwege mijn aangezichtsverwondingen wordt dit gedrag door de buitenwereld herkend als huiselijk geweld. Daar is geen woord mee overdreven.
Waar zal dit crescendo van agressie eindigen?
Meneer wil namelijk heel vroeg ontbijten. En wie ben ik?
Maar hedenochtend heb ik voldoende moed om hem van me af te duwen. Om eerst even naar het nieuws te luisteren. Het radioknopje is te vinden naast m’n kussen.
Had ik dat maar niet gevonden.
Het nieuws van de dag onzes Heeren.
Het leek sprekend op dat nieuws van weleer dat ik nooit meer heb kunnen vergeten.
Dat betrof een reportage over een hospice in Breda. In een woonhuis konden zeven mensen rustig sterven. Maar de buurt was daar tegen. Al die dood en die uitvaartauto’s voor de deur. Dat wilden ze hoe dan ook niet. Koste wat het kosten zou. De dood moest met geweld buiten de straat gehouden worden.
Wat was dat een verschrikkelijke buurt, zomaar ergens in dit land. Ik zou er nog niet dood gevonden willen worden.
Maar hedenochtend ben ik dit doodlopende weggetje weer even vergeten. Opgetogen hoor ik het protest aan van buurtbewoners die heel erg tegen een enorme megastal zijn. Natuurlijk willen ze geen miljoenen dieren in een hok. Varkens en kippen. Niet in hun achtertuin. Bij wijze van spreken dan.
Want hoe wreed zou dat zijn. Je zou er maar naast wonen, slapen, lachen, huilen, eten, vrijen, sterven.
Ik veer helemaal op bij zoveel ontwaakte menselijkheid ergens in dit kleine landje.
Ook hij veert mee. Lijkt het wel.
Nu mogen de buurtbewoners zelf aan het woord. En ze vertellen dat ze die miljoenenstal niet moeten vanwege de stank, de geluiden en het vrachtverkeer.
Ik zet de radio uit en hij slaat me met een rotklap uit bed.
Oke, oke, ik kom al.
Hij mag me de rest van z’n leventje alle hoeken van de kamer laten zien.
Hij is mijn offerande.
Al mijn machteloze aandacht voor die talloze dieren aai ik vanaf nu aan dagelijks zijn lijfje in.
Zo beloof ik hem.
En hij?
Hij wandelt zelfverzekerd voor me uit.
Richting z’n bakje.