Weg ermee
O ironie. Of juist nie?
Met een enorme passie mest ik mijn (lees: ons) huis (lees: verleden) uit. Alles wat langer dan een jaar niet gebruikt is kan weg en dat geldt voor nagenoeg alles. Zeker voor mij (aaaaah!!), maar dit even terzijde. Boeken, servies, kruiden, kleding, speelgoed, bladmuziek, dvd’s. Ik heb een enorme behoefte om niets meer te bezitten. Voor de grote sprong.
Nu blijkt iemand me een handje geholpen te hebben. Ik sta heden ochtend voor het tuinhekje van m’n volkstuin om het water af te sluiten. Overal is werk aan de winkel. Staat het hekje open.
Blijkt de voordeur ingeslagen. Ik kijk naar binnen en denk een moment dat iemand aan het verbouwen is. Een lieve opgewekte gedachte. Misschien ben ik wel een optimist. Dat zou me alles meevallen. En kijk aan: mijn spontane geest blijkt niet te liegen.
Er is inderdaad flink verbouwd. Alles, maar dan ook alles blijkt gestolen. Koelkast, accu’s, omvormer (dat wou ik later zo graag worden), dekbed, zitbank. Zitbank! Welke uitgekookte voorbereide gek neemt zoveel moeite? Met boot? Met vrachtwagen?
Volgens mij is misdaad heel erg onlonend, zoveel werk dat ’t is. Ik wou dat ik nu even uitgeteld op m’n bankje kon ploffen maar dat is er dus niet meer. Op de vloer zie ik zwarte schoensporen en snap hoe ze m’n witte toevluchtsoortje hebben afgevoerd. Hoeveel heerlijke momenten heb ik niet met dat bankje beleefd. Ik plof maar op de ijskoude vloer en verwonder me over het feit dat ik maanden achter elkaar enorme existentiële angsten vanuit m’n nieren moet ondergaan, maar als de narigheid van buiten komt, laat het me koud. Ja, het is inderdaad ijskoud hier. Ik kijk op en zie dat de onverlaten m’n lievelingsbeeld hebben omgegooid. Wat ze ook als waardeloze voorwerpen hebben achtergelaten, zijn twee fotolijstjes. In de een prijkt het opgewekte hoofd van m’n lachende lama. In de ander mijn kromme pootje in bijna verschoten inkt met de ‘ 8 verzen’. De eerste twee luiden:
‘ Ontwikkel het zicht dat alle wezens uitermate vriendelijk zijn’. En: ‘Koester juist hen als zeldzaam die in hun ellende kwaad bedrijven of ernstig lijden.’
De lachende lama lijkt me nu iets te willen melden. Dat krijg je als je alleen en onderkoeld bent. De glimmende foto hoor ik zeggen: ‘ Dit is een buitenkans om de aangeleerde kennis in praktijk te brengen. This is integration, my dear. This is as-it-is-ness.’
Het zal wel waar wezen.
O ironie. Of juist nie?
Met een enorme passie mest ik mijn (lees: ons) huis (lees: verleden) uit. Alles wat langer dan een jaar niet gebruikt is kan weg en dat geldt voor nagenoeg alles. Zeker voor mij (aaaaah!!), maar dit even terzijde. Boeken, servies, kruiden, kleding, speelgoed, bladmuziek, dvd’s. Ik heb een enorme behoefte om niets meer te bezitten. Voor de grote sprong.
Nu blijkt iemand me een handje geholpen te hebben. Ik sta heden ochtend voor het tuinhekje van m’n volkstuin om het water af te sluiten. Overal is werk aan de winkel. Staat het hekje open.
Blijkt de voordeur ingeslagen. Ik kijk naar binnen en denk een moment dat iemand aan het verbouwen is. Een lieve opgewekte gedachte. Misschien ben ik wel een optimist. Dat zou me alles meevallen. En kijk aan: mijn spontane geest blijkt niet te liegen.
Er is inderdaad flink verbouwd. Alles, maar dan ook alles blijkt gestolen. Koelkast, accu’s, omvormer (dat wou ik later zo graag worden), dekbed, zitbank. Zitbank! Welke uitgekookte voorbereide gek neemt zoveel moeite? Met boot? Met vrachtwagen?
Volgens mij is misdaad heel erg onlonend, zoveel werk dat ’t is. Ik wou dat ik nu even uitgeteld op m’n bankje kon ploffen maar dat is er dus niet meer. Op de vloer zie ik zwarte schoensporen en snap hoe ze m’n witte toevluchtsoortje hebben afgevoerd. Hoeveel heerlijke momenten heb ik niet met dat bankje beleefd. Ik plof maar op de ijskoude vloer en verwonder me over het feit dat ik maanden achter elkaar enorme existentiële angsten vanuit m’n nieren moet ondergaan, maar als de narigheid van buiten komt, laat het me koud. Ja, het is inderdaad ijskoud hier. Ik kijk op en zie dat de onverlaten m’n lievelingsbeeld hebben omgegooid. Wat ze ook als waardeloze voorwerpen hebben achtergelaten, zijn twee fotolijstjes. In de een prijkt het opgewekte hoofd van m’n lachende lama. In de ander mijn kromme pootje in bijna verschoten inkt met de ‘ 8 verzen’. De eerste twee luiden:
‘ Ontwikkel het zicht dat alle wezens uitermate vriendelijk zijn’. En: ‘Koester juist hen als zeldzaam die in hun ellende kwaad bedrijven of ernstig lijden.’
De lachende lama lijkt me nu iets te willen melden. Dat krijg je als je alleen en onderkoeld bent. De glimmende foto hoor ik zeggen: ‘ Dit is een buitenkans om de aangeleerde kennis in praktijk te brengen. This is integration, my dear. This is as-it-is-ness.’
Het zal wel waar wezen.