Wens
Is het nu alweer 1 januari? Er is geen dag die in mijn universumpje zo vaak lijkt langs te komen. Daar vallen verjaar- en andere vierdagen bij in het niet. En waarom, zou men zeggen. Je kunt niet vinden dat er veel gebeurt op de eerste dag van het jaar. Het zijn altijd lange kale stille dagen met vreemd hel licht en een enorme troep op straat. Het oudjaarkrantenoverzicht voorspelde het in feite al. We laten geen hoopvol jaar achter ons. We vervuilen ons suf, minachten de aarde en zien onze naasten over het hoofd. Ja, het is een rokende puinhoop nu ik een krijsende kat in een hokje heb gepropt voor de daadwerkelijke verhuizing en over m’n schouder achteromkijk. Veel ingebeeld inzicht is er niet over. Op de plaats van bestemming laat ik kat Kokje los in z’n nieuwe onderkomen. Hij vlucht onder het bed en zal daar dagen blijven, hem kennende. Ik kijk door de nieuwe hoge ramen naar buiten en zie twee damesschoenen met enorme hakken over een touw hangen dat minstens tien meter boven de grond tussen mijn hoekhuis en dat aan de overkant is gespannen. Hoe komen die daar nou? Het zijn hele mooie sandaaltjes. Ineens moet ik aan een ander filmpje denken dan aan welke ik hier wou toevoegen. Geen Erwin Laszlo, de schrijver van The Chaospoint, die ons al drie jaar geleden met oudjaar waarschuwde dat we toen moesten beginnen met de aarde eer te geven. Door de schoentjes moet ik ineens denken aan een lievelingsmuziekje van m’n oudste broer. Hij gaf het alweer een tijd geleden aan me. ‘You are my sister.’ Als we dat gevoel dit jaar in ons hart dragen, gaan we het dan echt geloven? M’n bijbel is nog niet uitgepakt, daarom maar vrij uit het verder lege hoofd: ‘Hoe goed, hoe lieflijk is het dat zonen uit hetzelfde huis als broeders samen wonen, daar ‘t liefdevuur niet wordt verdoofd.’ Anno 2009 is de wereld 1 huis geworden. Dus psalm 133 is actueler dan ooit. Toch?