Wie klopt daar?
Hij talmt. Op de vooravond van eeuwig ongeloof. Maar het is alsof hij nu nog kiezen kan voor hij wankelt. Alsof hij diep beseft dat dit zijn laatste heerlijk avondje wordt, wanneer hij zich nu van zijn geloof laat vallen.Hij is zeven. Mijn neefje. In zijn blik zie ik het wonder nog. De samenballing van alles waartoe een mens in staat is. Dat waar we later zo bang voor worden. Creativiteit, grenzeloze verbeelding, huiver en verwondering. Wat er in zijn ogen schuilt, is dezelfde oerkracht als in de mond van baby’s. Alle zuigelingen in de hele wereld schijnen gereedschap te hebben voor alle talen. Pas als een peuter met zijn moeder brabbelt, laat het die ingewikkelde mondstanden van die ontelbare andere talen vallen.
Ik kijk in de ogen van deze zevenjarige en warm me aan zijn innerlijk haardvuur. Kon ik daar maar mijn schoentje bij zetten. Maar wat moet ik er dan in doen voor hem? Hoe maak ik hem duidelijk dat het besluit tot verwondering aan hem is? Dat hij de macht heeft om een goedheiligman die eeuwen geleden zo lief was voor arme kinderen, ieder jaar opnieuw geboren te laten worden. Dat we dat ook met het kerstkind kunnen doen. Het kan zelfs opstaan in jou. Dan gaan we lootjes trekken en elkaar met ons eigen innerlijk vuur verwarmen.
Nog slaperig mijmer ik door over deze grootogige neef van me, terwijl ik mijn tanden poets en m’n eigen ochtendogen in de spiegel zie. Vannacht was ik alleen. Daarom heb ik niet zo heel goed opgeruimd. Mijn ene laarsje slingert ergens in de voorkamer. Hee, krijg nou winterpenen! Er zit iets in! Het is een oud gedichtje van de sint. Precies wat ik nodig had! Terwijl ik het weer zo lelijk vond. Ondanks de storm is hij toch gekomen.
Zie je nou wel. Dank u sinterklaasje!
Sint Nicolaas, Goedheilig Man,
die oud is, maar niet sterven kan
zolang nog ergens op aarde
een mensenkind zijn droom bewaarde.
Maar kleine kinderen worden groot,
en telkens moet hij dat beleven,
en elke keer verschrikt hij even,
en telkens gaat hij even dood.
Totdat, van ver, een kleine stem
voor ’t eerst en huiverig gaat zingen
van de oude 5-december-dingen.
En zie, dat lied betovert hem.
Zijn ogen worden groot en licht,
er komt een glans op zijn gezicht.
Hij mag dit jaar opnieuw bestaan,
dat heeft een kinderstem gedaan.
Harriet Laurey
