Winter
Het wat vroege sintkado van mijn ouders is een ‘zonnetje in huis’.
Een lamp die daglicht nabootst. Nu heb ik bepaald geen last van winterdepressie. Eerder laat ik me ontmoedigen door felle zon. Maar mijn ouders willen vast dat ik me warm omarmd weet. Bovendien belooft deze lamp ons energie. En pffff….daar doe ik graag de pootjes voor omhoog. Ondertussen hunker ik naar het lichtgedicht van Lalla, een mystieke dichteres uit de 14e eeuw uit Kashmir. En naar mijn eeuwige Winterreise.
Het licht in mij
Vol verlangen trok ik, Lalla, er op uit.
Dagen en nachten verstreken tijdens mijn zoektocht.
Toen vond ik de Heer in mijn eigen huis.
Sedert dat ogenblik is die ster nooit meer verbleekt.
Diep verzonken in gedachten hield ik mijn adem in.
Toen openbaarde zich de waarheid en het licht ontbrandde in mij.
De glans, die mij doorlicht, straalt ook naar buiten.
De waarheid, die mij in het donker in bezit had genomen,
liet ik niet meer los.
Degene die zichzelf als één met de ander denkt,
voor wie dag en nacht identiek zijn,
degene die in zijn geest elke dualiteit ontstegen is,
alleen zo iemand heeft de hoogste God herkend.
Degene die het licht herkent dat in geest en gelukzaligheid werkzaam is,
alleen diegene is tijdens dit leven verlost.
In het net van verwarring der eeuwige verandering
knopen de dwazen duizenden knopen.
Heer, vroeger kende ik mezelf niet.
Slechts mijn eigen lichaam had ik lief.
Ik wist nog niet dat ik één was met U.
Slechts een dwaas vraagt wie hij zelf is en wie u bent.