Zomerzotheid
De zomer is nog maar net begonnen en ik weet nu al wat het hoogtepunt is: Zeemonstertje spelen met kinderen die van de oeropwinding niet meer weten hoe ze het hebben. En vlak mij ook niet uit. Ik ben met m’n goeie goed en al zomaar de inktzwarte zee in gesprongen om dat heerlijke kleinemensenvlees te mogen verzwelgen. En het bleef nog lang onrustig in die kinderlijfjes…..
Ach, na afloop stemt dat mijmerend: Hoe waren wij ook alweer? Ook zo blond? Toen wij klein waren, vroegen we wel eens waarom we alle psalmen en wat dies meer zij uit ons hoofd leerden. Ons werd dan uitgelegd dat we die kennis in ons rugzakje konden stoppen voor andere tijden en voor je weet maar nooit. Voor dagen dat je bijvoorbeeld geen bijbel bij de hand hebt. Die situatie tref ik vaak aan op de fiets. Ik ben erg slecht in losse handen en kan innig dankbaar mijn stuur omklemmen, terwijl de woorden van weleer –vooral als ze van rijm en melodie voorzien zijn- zomaar gul in me opwellen. Ja, vandaag ontwaar ik psalm 103 vers 8 en zing maar voor me heen:
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
gelijk een bloem, die op het veld verheven,
wel sierlijk pronkt, maar krachtloos is en teer;
Wanneer de wind zich over ‘t land laat horen,
dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren;
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
Het is niet toevallig dat dit versje zich juist in zomertijd aandient. Men zou het een typisch herfstlied kunnen noemen, maar ik ervaar dat anders. Er wordt gerept over een sierlijke bloem. Typisch gevalletje hoogzomer.
Verder valt het me juist in dit jaargetijde op –door reizen en door bezoekjes aan mijn lieflijk broos tuinhuisje- dat de helft van de wereld op instorten staat. Zodra je de beschutte stad achter je hebt gelaten en de wereld van de natuur betreedt, zie je hoe oppermachtig die is.
Alles verspocht, stort in, zijgt ineen en laat zich overwoekeren. Zodra de mens zijn haard verlaat, wordt het wonderlijk snel een ruïne. Vroeger smaalde ik weleens over mijn volle rugzakje. Nutteloze informatie.
Vandaag weet ik beter. Over psalm 103 vers 8 is een enorme televisieserie gemaakt. Ongeweten door de makers misschien. Maar met de laatste zin als thema: Zodra de mens de aarde heeft verlaten, zal er binnen de kortste keren geen spoor meer van hem over zijn. life after people.
Dat stemt bescheiden. Maar ook tijdelijk overmoedig. Dat vraagt om nog een potje zeemonstertje. Waar zijn die lekkere wezentjes met dat babyvet?? Voor je het weet is dat er alweer af. ‘t Is nu of nooit! Waaaaah!

