Zwieren en gieren
Wat als je aan je water voelt dat het bevroren is?
De groentebuur, uh –boer, zet z’n blauwe handen in z’n zij als ik voor de grap vraag of hij nog hoop heeft op de tocht der tochten. Normaal lijkt hij zo hoopvol niet. Hij klaagt vaak over Marokkaantjes. Z’n enige zin. Naast het noemen van het eindbedrag voor de bonen en het zakje zuurkool dat ik graag bij hem in.
Toen ik hem ooit meelevend vroeg of het kinderliedje uit onze jeugd
‘Marokkaantje leef je nog? Iejadeja’ luidde, of dat het toch een andere bevolkingscategorie betrof, bleef hij woordeloos achter zijn oor krabben. Dat moet tenslotte ook gebeuren en iemand moet het doen, dus ik heb toen geduldig op het eindbedrag gewacht.
Nu blijkt de groenteman toch over conversatietalent te beschikken en hij gaat er eens winkelbreed voor staan. Hij oogt ronduit gezellig. Ik veer op van m’n bevroren tenen, als hij handenwrijvend zegt:
‘Kijk, dat zou nog ‘ns wat wezen. De tocht der tochten. Die zou Nederland goed doen. Dat zou ons weer eens een gevoel van trots geven. Een stukje saamhorigheid. Dat we met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten.’
Ik denk aan m’n bevroren Vermoedenschuitje waar ik al de hele winter niet in mag roeien. En vraag de groentespecialist of de feestvreugde boven nul zou blijven als een knappe illegale, maar onverhoeds totaal ingeburgerde woestijnbedoeïene met gitzwarte ogen onze dwarse doorlopers voorbij zou zoeven en de tocht 2010 zou winnen.
Even kijkt hij me verbijsterd aan, maar barst dan in joviaal lachen uit:
‘Hahaha! Dat zou wat zijn! Ja hoor, dat is ook goed! Als ie tussendoor wel aan de chocolademelk wil en na afloop aan de Berenburger!’
We nemen afscheid. Ik hoor hem tenminste nog steeds moduleren als ook de deurbel klingelt.
Misschien heeft mijn groentebuur wel gelijk en zou een Elfstedentocht ons weldadig goed doen. Vorige week, op ons bevroren Vermoedeneiland, klaagde een Amerikaan nog over hoe we in dit kikkerlandje elkaar dwars en in de weg zitten. In de file, op het perron…
En in het Concertgebouw. Gisteravond was ik daar om naar een fenomenaal gezelschap te luisteren. Als een kind zo blij was ik dat ik op de eerste rij zat en letterlijk onder de rechterhand van de virtuose pianiste kon kijken die hoog boven mij uit torende. Totdat een doorgewinterde bezoekster mompelde: ‘Het is helemaal uitverkocht, de eerste rij is zelfs bezet.’
Mmm…Mijn plekje werd door ingeburgerden blijkbaar als een snertstoel gezien. Terwijl ik als enige van het tot de nok toe gevulde gebouw, gedurende het hele tweede pianoconcert van Beethoven in de handpalm van Maria Joao Pires mocht blikken. Het Portugese wonderkind uit 1944 dat in 2006 verhuisde naar Brazilië. Ooit maakte ze daarover een cryptische opmerking: Dat haar leven in haar moederland een marteling was en dat ze het lijden dat ze gedurende jaren had ondergaan wel moest verlaten. Gevalletje instant uitburgeren.
Het Concertgebouw zag gisteren trouwens zwart van de regeringsleiders. De minister van justitie, die van sociale zaken en ook de burgemeester van Den Haag en van Schubbenkutterveen stonden in slagorde opgesteld, eerst voor de koffie, later voor de wijn. Fijn te weten dat we tot in de hoogste regionen worden aangestuurd door muzische mannen. Maar jammer dat ook zij tegen wil en dank mee moeten doen met het Ingeburgerde Platdrukken. ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ vroeg ik nog oprecht geinteresseerd, maar niemand die mij in de roezemoes hoorde.
In de file en op het perron kunnen we elkaar nog meewarig aankijken voor het haringen-in-een-ton-effect, maar dat je met een peperduur kaartje op zak elkaar in het Concertgebouw staat weg te duwen, daar denkt liever niemand over na.
Ach ja, we zijn toe aan de tocht der tochten, zoveel is wel duidelijk.
Ook daar zal het bij de start dringen geblazen zijn, maar daarna wordt het zwieren en gieren. Laten we een kaars branden om Vader Vorst grimmig te stemmen. Maar niet allemaal tegelijk, want dan smelt z’n hart, en dat kunnen we uitgerekend nu even niet hebben.


Prachtige tekst!
Ja we zijn geloof ik allemaal toe aan die tocht! Zou goed doen.
En wat was ik graag bij het concert geweest van Maria Joao Pires, die zo wonderschoon haar muziek laat opkomen uit die fijne stilte. Wie weet een volgend keer. Ik heb gelukkig een masterclass van haar op band die ik regelmatig kijk.