wilg
In deze dagen voor Pasen wordt er volop gevast. Mensen nemen even pauze van suiker, alcohol, vlees of social media. Het schijnt dat veel jongeren een askruisje hebben gehaald. Kennelijk is onze behoefte aan rituelen nog steeds springlevend. Het is een natuurlijke neiging om onze zware winterjas vol aangekoekte gewoonten uit te trekken. Wat aangeleerd is kun je ook afleren. Wie komt er dan tevoorschijn? Een spannende onderzoeksvraag. Mijn eigen speurtocht drijft me telkens weer naar buiten. Pas in de stilte waar nauwelijks afleiding is, hoor ik hoe mijn binnenzaken ervoor staan. En ik schrik. Ik dacht dat ik mijn innerlijke gerechtshof vol tetterende papagaaien allang met pensioen had gestuurd, maar de rechtbank blijkt nog volop in bedrijf. Al die meningen in mijn hoofdkantoor! En deze innerlijke commentatoren maken geen enkel onderscheid tussen zelfkritiek en oordelen over anderen. Ik wil van ze af. Gelukkig weet ik waar ik het zoeken moet. Hier in de natuur. Die kostelijke oefenplek om je innerlijke ruimte aan te spiegelen. Een verlegen eerste katje aan de wilg ontroert me. Ze leert me om te kijken, niets van haar te vinden, haar niet te willen hebben of af te breken. De innerlijke stemmen met hun winterharde meningen zijn alleen maar oorverdovend. Verder volkomen nutteloos. Welk weerloos wezen komt daarachter tevoorschijn: dit ontroerde onderdeeltje van de schepping, gulzig reikhalzend naar het licht.
