Annie

Thuis word ik het lelijke eendje genoemd. Eigen schuld. Mijn vader noemt mijn moeder al zeventig jaar Zwaan. Vanwege haar charme en haar sterke vleugels. Ooit belde een vriend naar onze huistelefoon en informeerde of hij met Zwaan sprak. Ik antwoordde: ‘Nee, met het lelijke eendje.’ Vandaar. Vanwege deze bijnaam was ik verrast toen ik ooit bij Annie M.G. Schmidt thuis mocht komen en ze plechtig zei: ‘Vroeger was ik een lelijk eendje. Nu ben ik een zwaan. Weliswaar een lelijke, maar toch een zwaan.’
Sommige van haar bekentenissen ontroeren me nog steeds.
Niet altijd voelde Annie zich begrepen. Bits kon ze reageren als men haar zei: ‘Annie, dat hadden we niet van je gedacht.’
Ik herinner me dat ze vertelde: ‘Toen mijn man nog leefde moest ik kijken of de kleding die ik uit de kast pakte sexy was. Nu hoeft het alleen maar schoon te zijn.’
Hoewel ze gelukkig was met haar man, werd deze de laatste levensjaren door ziekte depressief. Zijn dood was daarom uiteindelijk een opluchting.
Daarom zei ze ooit tegen een weduwnaar: ‘Het is óók vrijheid hoor!’ Maar de man was pijnlijk gekwetst.
De koningin van het woord moest voor haar gevoel een leven lang haar tong afbijten.
Als grafschrift bedacht ze daarom: ‘Hier ligt Annies geraamte. Ze stierf van schaamte.’
Voor mij is Schmidt een zwaan. Net zo mooi als mijn moeder.
 
   « Artikelen overzicht