Geveld
Geveld door schoonheid. Dat dacht ik toen alles stilviel door de sneeuw. Heerlijk. De wereld wit en knerpend. Een gedeelde ervaring van overmacht. Nu alles weer op gang gekomen is, hapert mijn hart. Code oranje, maar dan zeer plaatselijk, dus eenzamer dan landelijke gladheid. Woorden veranderen van kleur. Een mail van de hypotheek lees ik per abuis als een bericht van de apotheek. De term ‘opname’ in mijn agenda betekent niet langer een televisie-dag, of een nieuwe gast in het hospice waar ik werk, maar is nu een ziekenhuisintake. Ineens lig in het type luxe bed waar ik als hospicevrijwilliger vaak naast sta. Terwijl ik me optrek aan de welbekende bed-papegaai, grinnik ik om de onverwachte rolwissel. Zou dat het verborgen geschenk zijn? Dat ik me (nog) meer inleef? Dan leer ik heel snel bij. Hou eens op met dat u, kreunt mijn hart tegen cardiologen. De glimlach van een verpleegkundige voelt als balsem. Hand op huid, heel fijn. Wat bizar dat we er zo bang voor zijn en er tegelijkertijd zo naar hunkeren: vrijmoedige nabijheid doet wonderen. Ik mag weer naar huis, in afwachting van een ingreep voor mijn aarzelende hart. ’s Nachts herinner ik me weggezakte woorden over het ‘eeuwige aanbod van nabijheid’. Tijdens de sneeuw werden we geveld door schoonheid. Maar huist er ook schoonheid in geveld worden? Dat ga ik onderzoeken.
