Lijstje
Het is al meer dan vijftig jaar geleden dat mijn jongste broertje om duur speelgoed vroeg, waarop mijn moeder zei dat daar geen geld voor was. ‘Dat kunnen we toch uit de muur trekken’, sprak de oplettende dreumes. ‘Die gaat het later nog moeilijk krijgen’, dacht ik als bezorgde, eigenwijze zus. Is reuze meegevallen. Maar na dit voorval zijn er hele generaties opgegroeid in de veronderstelling dat voedsel zijn oorsprong vindt in de koelkast. Vandaar dat men tegenwoordig de weg niet meer weet naar de boer die momenteel met een enorm oogstoverschot blijft zitten. Noodpakketten vol kostelijke groenten die in de kliko zullen eindigen. Daarom viel het Denk Vooruit-boekje van de overheid natuurlijk onlangs op ieders mat. Tips om het in noodsituaties 72 uur uit te houden. Kennelijk staan we inmiddels zo ver af van de natuur, dat we niet meer weten hoe ons vege lijf te redden als de nood aan de mens komt. Maar zou dat echt waar zijn? Zijn we door voorspoed zo onthand geraakt dat onze schranderheid is verdwenen? Of zien we een ander lijstje over het hoofd? Een simpel A-viertje met buurtbewoners en hun vaardigheden: wie kan goed timmeren, bij wie kunnen we terecht voor een relativerende grap, wie heeft een EHBO-diploma? Het vertrouwde, verstandige noaberschap van toen lijkt mij het schranderste noodpakket. Onze redding is nabijer dan we denken.
