Lofzang

Bij het afscheid nemen zegt mijn vader vaak: ‘Houd de lofzang gaande’. Tijdens de generale repetitie vraag ik me af wat dat betekent. We hebben nog een uur voordat het publiek binnenkomt. De Engelse chant, de lange spreek-zang psalm gaat nogal ongelijk. Dit is een uitstekend kamerkoor, maar er moet wel gestudeerd worden en iedereen heeft het druk. We staan in een prachtige kerk waar regelmatig een Evensong plaatsvindt: het Anglicaanse, zestiende-eeuwse getijdengebed, ontworpen tijdens de Engelse Reformatie. Een week geleden leek het nog alsof we alle noten voor het eerst zagen. De lofzang moet nog flink op stoom komen. Kan een stel drukbezette individuen binnen een uur een ensemble vormen? Of is dat monnikenwerk? Na de repetitie stroomt de kerk vol. Zodra de Evensong begint, treft mij de devote concentratie van het publiek. Ik zie een man de Engelse tekst woord voor woord mee fluisteren. Dat ontroert me. Het is alsof de energie van alle aanwezigen zich langzaam bundelt. Zacht en zoekend zetten we de psalm over verlangen in. Onze stemmen vinden elkaar en lijken op te gaan in een eeuwenoude roep om nabijheid. Het is net alsof we niet zingen, maar luisteren naar het gebed van onze voorvaders: ‘De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.’ De lofzang is al gaande. We hoefden alleen maar in te vallen.

 
   « Artikelen overzicht