nuance
Of ik tijdens de week tegen de eenzaamheid een keer dagvoorzitter wil zijn. Ik antwoord dat ik juist vóór eenzaamheid ben. Terwijl ik om mijn eigen geintje grinnik, zoeken zij verder. Plots herinner ik me een radioprogramma over diezelfde jaarlijks terugkerende week, waarin mijn collega en ik ons hardop afvroegen of alle vormen van eenzaamheid eigenlijk wel zo onverdraaglijk zijn. Een andere vakgenoot werd toen woedend. Wonderlijk hoe een grap of zelfs een voorzichtige nuance vaak tot verontwaardiging leidt. Hoe zou dat komen? Tijdens tv-debatten en digitale discussies gaan de hakken steeds verder in het zand. Terwijl het veel logischer zou zijn als men, al aftastend en proevend, elkaar ergens halverwege gaat begrijpen. Die bevroren standpunten maken ons eigenlijk best eenzaam. De laatste tijd zie ik op social media vaak een zin die wij vroeger ook nogal achteloos voor ons kleine broertje gebruikten: ‘Hij wil gewoon aandacht.’ Ineens treft het me hoe laatdunkend we dat bedoelden. Let maar niet op hem, hij stelt zich aan. Deze houding is na vijftig jaar nog volop in gebruik. Maar hij, zij en wij hunkeren allemaal naar nabijheid. Inderdaad heel gewoon. Zolang we ons onbegrepen en ongehoord voelen, zullen we ons blijven verweren met verharde overtuigingen. Die vorm van eenzaamheid is inderdaad onverdraaglijk. Gelukkig wordt het lente. Wat bevroren was, zal weer gaan stromen. Onze aandacht zal wonderen doen.
